Laden...

Insectenhotels & vogelhuisjes

Met insectenhotels en vogelhuisjes creëer je een natuurpark in je eigen tuin.

... Lees meer
Tonen als Foto-tabel Lijst

Producten 1-12 van 13

Van hoog naar laag sorteren
Pagina
per pagina
Insectenhotel met verschillende mogelijkheden

Insectenhotels zij populair! Samen met de bijenhotels is er aandacht ontstaan voor biodiversiteit in onze tuin. De bestuiving van de bomen en planten die voor ons zo belangrijk is, gebeurt eigenlijk toevallig! Wilde bijen en zweefvliegen nemen een groot deel van het bestuivingswerk voor hun rekening, naast hommels en honingbijen. Maar uiteindelijk is het leven van de solitaire bijen gericht op het in stand houden van hun nageslacht.

Laten we eens kijken wat er zich allemaal afspeelt achter de schermen?

Boterbloemen uit de ranonkelfamilie zijn drachtplanten voor de naonkelbij

Wat zijn solitaire bijen?

Solitaire bijen zijn wilde bijen. Ze vormen geen volken zoals de hommels en honingbijen maar leven alleen. Van de 350 wilde bijensoorten leven 300 soorten solitair. Sommige soorten wilde bijen richten zich op bloemen uit verschillende plantenfamilies, andere soorten leven van bloemen uit één plantenfamilie. Sommige bijensoorten overleven slechts op één plantensoort. Een voorbeeld daarvan is de Knautia-bij, die uitsluitend stuifmeel verzamelt van beemdkroon. Dit maakt de soort extra gevoelig. Samen met het uitsterven van de plantensoort, verdwijnt immers ook de bijensoort. Alleen al een ondoordachte maaibeurt van ons, kan er voor zorgen dat de Knautia-bij haar nest niet kan voltooien.

Solitaire bijen kunnen zowel in de stad als in de groene rand gedijen als we maar voldoende voedselaanbod voorzien. De soort die je aantrekt, hangt samen met de bloemenvariëteit die aanwezig is, de nestgelegenheid die van nature ter beschikking is of door ons wordt aangeboden. Klokjesbijen hebben wilde klokjes uit de natuur nodig of campanulasoorten van de siertuin. Ranonkelbijen verzamelen enkel stuifmeel van planten uit de ranonkelfamilie zoals boterbloemen en metselbijen hebben nood aan vroeg stuifmeel en nectar zoals van hazelaar, wilg en fruitbomen.

De vliegperiode van de bijensoort komt overeen met de bloeitijd van de door hen bezochte bloemen. Dit betekent niet dat de bij even lang leeft als de bloeitijd van de drachtplanten. Sommigen bijen van een soort verschijnen vroeg in de bloeitijd, anderen van dezelfde soort later. Enkele soorten hebben twee generaties per jaar en zie je dus langer vliegen in het seizoen. Deze laatst genoemden bestuiven dan ook verschillende soorten bloemen. Solitaire bijen komen uit op het moment dat hun drachtplanten in bloei komen, niet vroeger of niet later. Die afstemming gebeurt op basis van de warmte die ze ontvangen in hun nestgelegenheden.

De meeste solitaire bijen kunnen maar een korte afstand vliegen. Daarom mag de afstand tussen de bijenwoning en de bloeiende planten niet te groot zijn; idealiter is het niet groter dan 50 tot 100 m. De grote rosse metselbijen en gehoornde metselbijen kunnen wel tot 600 m ver vliegen om voedsel te zoeken. De Ranonkelbijen en klokjesbijen daarentegen vliegen maximum 150 tot 200 meter rond de nestplaats.

Hun leven is kort maar vruchtbaar!

De volwassen vrouwelijke bijtjes leven maar een zestal weken, de mannetjes sterven af na de paringstijd. Tijdens haar korte leven, legt het vrouwtje niet meer dan 20 broedcellen aan met telkens 1 ei. Het eitje wordt afgelegd op een propje van nectar en stuifmeel. Bijen zijn strikt vegetarisch en gebruiken enkel stuifmeel en nectar als voedsel voor hun larven. De verhouding nectar/stuifmeel in het propje verschilt sterk naargelang de bijensoort.

Tussen elke nestcel wordt een tussenwandje gebouwd met gekauwd blad, modder, haren, hars e.d. Na de ei-afleg worden de buisjes of boorgaatjes dicht gemetseld met een afsluitende prop in hetzelfde materiaal als de tussenwandjes. Achter deze sluitprop laten de bijen de eerste kamer leeg. Dit doen ze om parasieten minder kans te geven. De larven komen na enkele dagen al uit en voeden zich met het stuifmeel. Ze overwinteren in de buisjes als voorpop, pop of cocon. Als ze in het voorjaar uitkomen, maken ze de afsluitprop terug open.

Gezien de lineaire nestelwijze moeten de bijtjes op elkaar wachten om uit te vliegen. Het vrouwtje heeft daar bij de ei-afleg al rekening met gehouden. De bevruchte (vrouwelijke) eitjes zijn achteraan in het buisje afgelegd terwijl de onbevruchte (mannelijke) eitjes vooraan worden afgelegd. De mannetjes komen dus enkele dagen tot weken eerder uit hun cocons dan de vrouwtjes. Dit zie je bij veel insecten. Als de vrouwtjes tevoorschijn komen, worden ze direct bevrucht door de wachtende mannetjes.

Waar leven wilde bijen?

Gezien onze insectenhotels altijd goed bezet zijn, zouden we kunnen veronderstellen dat de wilde bijen bovengronds leven. Dit is echter niet waar! 70 % van de wilde bijensoorten in ons land nestelen zich uitsluitend in de grond. 40 soorten kunnen zowel ondergronds als bovengronds nesten maken terwijl 65 soorten uitsluitend bovengronds wonen. Deze laatste soorten kunnen dus ook in insectenhotels voorkomen. Daarom beperken we ons tot het bespreken van de bovengrondse nesten.

Bovengrondse nesten

In de natuur maken wilde bijen hun nesten in holle rietstengels, stengels van bramen, vlier, bamboe of verlaten insectengangen in dood hout. Er zijn ook soorten die op basis van zand, leem en hars hun broedcellen bouwen, vertrekkend van een vaste ondergrond. Solitaire bijen verkiezen nestgangen die net iets groter zijn dan hun eigen lichaamsdiameter. Dit betekent dat ze zich niet kunnen omkeren in hun nestgang. Ze gaan dus achterwaarts de nestgang uit of er achterwaarts in om het stuifmeel af te leveren en een eitje te leggen. Nestingangen moeten glad zijn van binnen, anders scheuren de bijtjes hun vleugels.

Insecten hotel dar deels open is en deel dicht is
Een bestuiver in een Franse muur

Solitaire bijen in een muur?

Metselbijen kunnen oude muren als nestplaats gebruiken. De twee meest algemeen voorkomende soorten zijn de Gehoornde metselbij en de Rosse metselbij die al vroeg in het seizoen zichtbaar zijn. Beiden makken hun nesten in muren met gaten en spleten. Ze gebruiken dus de openingen tussen de stenen om zich te nestelen. Bijen kunnen geen gaten boren in bakstenen. Omdat ze soms met velen een muur kunnen bevolken, associëren we dit vaak met een wespennest.

Solitaire bijen herkennen doe je als je ze beter observeert. In tegenstelling tot wespen gaan ze verschillende ingangen hebben in de muur, ze maken dus vele kleine nestgelegenheden terwijl wespen 1 ingang hebben naar de nest. Bovendien hebben ze ook andere kleuren: de metselbij zwart-ros terwijl de wesp zwart-geel van kleur zijn.

Je moet dus niets ondernemen tegen bijen in je muur. Deze lieftallige beestjes vullen de gaatjes en zijn dan weer weg. Het jaar nadien komen de nieuwe bijen tevoorschijn.

Boomstammen met boorgaten van verschillende grootte

Insectenhotels zelf maken

De ideale insectenhotels voor solitaire bijen zijn stukken hout waarin gaten in verschillende diameters worden geboord. De bijensoorten hebben immers een verschillende lichaamsdiameter. De diameters mogen tussen 1.5 en 12 mm bedragen. De gangen tussen 3 tot 8 mm zijn het meest intrek en worden dus best het meest voorzien. Je boort best dwars op de draad van het hout om scheurvorming in het hout te voorkomen. Met de draad van het hout mee boren kan enkel als het hout droog is en geen scheuren vertoont. Houtblokken van eik, esdoorn, es en beuk komen hiervoor in aanmerking. De rosse metselbij en tronkenbij maken graag van deze nestgangen gebruik. Eén kant van de nestgang moet dicht blijven.

Houtblokken met een waterafscherming in de vorm van een dakje zijn in de praktijk het meest in trek bij de wilde bijen. De eerste twee jaren worden de nestgangen goed bewoond, daarna neemt de interesse af. Wilde bijen geven de voorkeur aan niet te oude of nieuwe gangen. Hang de insectenhuisjes op een zonnige plaats. Hang ze al in de winter op. De rosse metselbij zwermt in heel ons land rond op zoek naar behuizing en is meestal de eerste die in het voorjaar gebruikt maakt van nesthulp.

Wat is een goed insectenhotel?

Samengevat kan je zeggen dat een goed insectenhotel of bijenhotel voldoet aan volgende criteria:

  • 1 kant van het insectenhotel moet dicht zijn. Gangen die aan weerskanten open zijn worden niet gebruikt.
  • Verschillende en juiste maten van boorgaten. (zie hierboven bij insectenhotels)
  • De boorgaten moeten van binnen mooi glad zijn vandaar dat best hard en gedroogd hout wordt gebruikt.
  • De boorgaten moeten voldoende diep zijn zodat verschillende eitjes na elkaar kunnen gelegd worden.
  • In plaats van boorgaten kunnen ook gladde stengels van de juiste diameter gebundeld worden. Knopen in stengels van bamboe of anderen fungeren als afsluiting. Gebruik holle stengels zoals bij bamboe en riet of stengels met een zacht merg dat ze zelf nog kunnen uitknagen zoals vlier en braam.
  • Een waterdicht afdakje: het insectenhuis gaat langer mee en de bijen kunnen droog wonen.
Waar een insectenhotel ophangen

Waar insectenhotels ophangen?

De beste plek om een insectenhotel te hangen is aan de zonkant van een huis of muur waar het bovendien beschut hangt tegen regen en wind. Insectenhotels die nat worden, zullen niet snel bewoond worden want de wilde bijen houden niet van nattigheid. Ook insectenhuizen die aan bomen worden bevestigd, worden niet snel gebruikt.

Hang het insectenhotel op een hoogte tussen 50 en 150 cm. De wilde bijen houden meer van lage dan hoge plekken om zich te nestelen.

Hoe lang gaat een insectenhotel mee?

Het beste is om de insectenhotels na 2 tot 3 jaar te vervangen. Er komen scheuren en schimmel in evenals parasieten. Onderzoek wijst uit dat de wilde bijen de voorkeur geven aan nieuwe behuizingen. Hoe zijn we zelf?!!

Parasieten in insectenhotels

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil maar je kan stellen dat elke bijensoort één of meerdere parasieten heeft die hen aanvallen. Dit is biodiversiteit! In de natuur gaat het altijd over eten en gegeten worden, dat geldt ook voor de solitaire bijen in jouw insectenhotel of in behuizingen in de natuur. Deze wereld uitspitten zou ons veel te ver leiden in dit artikel. De belangrijkste groep tav solitaire bijen zijn broedparasieten. In hun ei- en larvestadium worden de solitaire bijen aangevallen. Er zijn soorten die het ei opeten en daarna de voedselvoorraad, maar ook soorten die de larve consumeren.

Zo bestaan verschillende soorten vliegen die leven van het broed van bijen. Maar de grootste vijanden zijn wespen zoals goudwespen, knotswespen en sluipwespen. Ook een bepaalde soort fruitvlieg (Cacoxenus indagator) legt haar eitjes in de broedcel van de bij terwijl de moeder-bij stuifmeel haalt, onder andere bij metselbijen.

Insectenhotels bewoond door wespen

Wist je dat insectenhotels ook kunnen bewoond worden door solitaire wespen? Denk bijvoorbeeld aan de metselwespen, naast de metselbijen. Ze houden er een gelijkaardige levensstijl op na. Het grote verschil zit hem in het feit dat ze hun larven voeden met dierlijk voedsel zoals rupsen, bladluizen, bladvlooien, allerhande spinnetjes... In de insectenwereld is nog veel te ontdekken!!

De beste insectenhotels of insectenhuizen kopen?

Bij Biogroei koop je insectenhotels van Natuurpunt of van ons eigen merk dat we laten maken in de sociale werkplaats van St Kamillus.

Drie goede insectenhotels:

  1. Natuurpunt insectenhotel Sinne
  2. Natuurpunt insectenhotel Suvan
  3. Natuurpunt insectenhotel Suraj
Insectenhotel Sinne
Insectenhotel Suvan
Bestuivers

Hoe wilde bijen helpen?

Met een insectenhotel op te hangen, is de kous niet af! De omgeving moet uiteraard ook bijvriendelijk worden ingericht. Hierbij belangrijke tips:

  • Plant biologische bloembollen in het najaar. Bloembollen zijn heel erg geschikt voedsel in het voorjaar.
  • Zorg voor biodiversiteit en plant geschikte voedselplanten. Gewone margriet, gewoon duizendblad, vogelwikke, campanula soorten, longkruid, kaasjeskruid en zelfs gewoon koolzaad zijn ideale wilde inheemse planten voor bijen
  • Verder houden ze van composietbloemen: grootbloemigen die samengesteld zijn uit allemaal kleine bloempjes: margrieten, asters, dahlia’s, zonnebloemen, zinnia’s, kamille, goudsbloemen enz.
  • Zorg dat je van vroeg in het voorjaar tot laat in de herfst bloeiende planten in je tuin hebt.
  • Kies voor enkelbloemige soorten want dubbelbloemigen hebben geen stamper en meeldraden dus ook geen nectar en stuifmeel. Kies bijvoorbeeld voor enkelvoudige dahlia’s.
  • Maai je gazon minder zodat ook paardenbloemen en andere soorten een kans krijgen om te groeien.
  • Ook daken en balkons kan je bijvriendelijk maken door de juiste plantenkeuze. Bijvoorbeeld sedumdaken zijn goed voor bijen.
  • Spuit nooit met gif.