Ziekten bij kamerplanten

Zo vlug het buiten warmer wordt en daardoor ook in de huiskamers, wordt het risico op aantasting door schadelijke insecten groter.

Daarom ga ik in dit artikel de belangrijkste schadebrengers samen met hun biologische oplossingen onder de loep nemen.

SPINT

Spint is één van de grootste plagen op kamerplanten.

spintmijt

Verschillende soorten spintmijten

  • de bonenspintmijt is het meest algemeen voorkomend, niet alleen op kamerplanten maar ook op buitenplanten en groenten. Ze zijn 0.5 mm groot, beige van kleur met twee donkere vlekken aan de zijkant van hun lichaam. Als je met het blote oog kijkt, zie je meestal enkel de donkere vlekken omdat het lichaam van de spint beige doorschijnend van kleur is. Je vindt ze aan de onderkant van het blad en veroorzaken door hun zuigschade gele puntachtige verkleuringen op het blad.
  • spint blad
  • de orchideeënmijt en de palmmijt zijn het meest berucht. Dit zijn zeer kleine (0,24 - 0,50 mm) platte, ovale mijten, die rood, geel of groen gekleurd zijn. Ze komen voor op de onder- en bovenzijde van liefst dikke of vlezige bladeren en veroorzaken er kleine zilverachtige vlekjes die later bruin verkleuren. In ernstige gevallen verkleuren de bladeren volledig en zijn er veel eitjes en jonge spintmijten aanwezig. Tussen de bladeren gaan zich webben vormen en in een later stadium vallen de bladeren af.

Spintgevoelige planten zijn o.a.:

Monstera, Philodendron, Ficus, Orchideeën, Schefflera, Anthuriums, palmensoorten, Hedera, Dracaena en Strelitzia zijn gevoelig aan spint. Maar ook bananenplanten, citrusplanten, cactussen en vetplanten worden veelvuldig door spintmijten bedreigd.

Biologisch oplossingen

Gelukkig hebben we verschillende roofmijten en andere roofinsecten die spint kunnen aanpakken en dit zowel preventief als curatief.

Phyto-mite: de roofmijt ‘Phytoseiulus persimilis’ is een zeer geschikte roofmijt om binnen op kamerplanten te gebruiken, zeker als je een luchtbevochtiger hebt staan. Deze roofmijt houdt namelijk van een hoge luchtvochtigheid van 60 % en meer.

Heb je geen luchtbevochtiger, kan je Phyto-mite nog altijd gebruiken. Benevel je planten dan regelmatig met water of plaats een kom met water op de verwarming zodat de luchtvochtigheid stijgt.

Forni-mite: ‘Amblyseius californicus’ kan net als ‘Phytoseiulus’ efficiënt uitgezet worden op kamerplanten. Het verschil met Phyto-mite is dat deze roofmijt beter tegen wisselende temperaturen en wisselende luchtvochtigheid kan.

Het nadeel van Forni-mite is dat ze graag in de bloemen vertoeven. Daarom zet je beter Phyto-mite uit op bloeiende kamerplanten.

foto soni-mite zakjes

Soni-mite: dit product bevat dezelfde roofmijt als bij Forni-mite, alleen deze keer worden ze geleverd in kweekzakjes.

Het voordeel van kweekzakjes is dat er letterlijk een kweek van roofmijten in de zakjes plaats vindt waardoor de roofmijten langzaam uitlopen op de bladeren van de kamerplanten. De kweekzakjes hebben een haakje waarmee ze gemakkelijk aan de planten kunnen opgehangen worden.

Normaal hangen we 1 kweekzakje per plant of als het om grote en hoge planten gaat, enkele kweekzakjes per plant.

Gedurende 5 weken bieden deze kweekzakjes bescherming tegen spint, daarna moeten ze vervangen worden.

Chrysopa en Adalia larven: in geval de aantasting van spint de pan uit rijst, kan je nog als laatste je toevlucht nemen tot larven van Chrysopa en Adalia.

Deze twee natuurlijke bestrijders zijn in eerste instantie gekend als bladluisbestrijders, maar ze hebben hun waarde als spintbestrijders ruimschoots bewezen.

trips

TRIPS

Trips en spintschade wordt nogal eens verward.

Trips is vooral een probleem bij de kwekers en zeker bij diegenen die bloeiende kamerplanten kweken zoals rozen, gerbera’s en anthuriums.

Tripsen ontwikkelen zich beter op planten met stuifmeel dan op groene kamerplanten. Vaak krijg je trips binnen via boeketten of via je eigen kleding of huisdieren.

Hoe tripssoorten herkennen?

De twee belangrijkste tripssoorten zijn Californische trips en Tabakstrips.

De volwassen tripsen zijn 1 tot 1.5 mm, langwerpig en grijsachtig tot geelbruin van kleur met franjevleugels. Vrouwelijke tripsen kunnen tot 200 eitjes leggen. De jonge larven komen al na enkele dagen uit de eitjes en beginnen direct met plantensappen te zuigen.

Pre-pop en verpopping vinden meestal in de bovenste grondlaag plaats of in de potgrond. Soms gebeurt verpopping ook op verdoken plekken op het blad of in de bloem.

Boven de 35°C en onder de 10°C stopt de ontwikkeling van trips. Indien de temperaturen weer optimaler worden, gaat de ontwikkeling -waar ze gestopt was- gewoon verder.

trips bladschade

Schadebeeld

Tripsen zijn langwerpige kleine insecten die evenals spint plantensappen opzuigen.

De zuigschade kenmerkt zich aan zilverachtige tot witte verkleuringen in het blad, gecombineerd met zwarte puntjes.

Deze puntjes zijn de uitwerpselen van de trips en meteen het meest onderscheidende kenmerk met trips.

Biologische oplossingen tegen trips

Er zijn veel opties om trips biologisch aan te pakken. De verschillende producten kunnen met elkaar gecombineerd gebruikt worden.

Amblyseuis-system: dit product bevat roofmijten Amblyseius cucumeris die de eitjes en larven van de trips eten. Bij een beginnende aantasting of als je niet veel planten met aantasting hebt, kan je voor deze oplossing kiezen.

Orius: is een roofwants die bekend staat om de volwassen tripsen te bestrijden maar eet even goed eitjes en larven van trips.

Gebruik deze roofwants enkel als je veel kamerplanten hebt die aangetast zijn door veel trips. Anders zullen de roofwantsen snel afsterven bij gebrek aan voedsel of weg vliegen.

Amblyseuis-breeding-system: dit systeem is net als bij Soni-mite een preventief systeem dat bestaat uit kweekzakjes, deze keer bevatten de kweekzakjes Amblyseius cucumeris roofmijten. Ook deze kweekzakjes blijven 5 weken actief en zijn bedoeld als preventief systeem tegen trips.

1 kweekzakje per plant hangen of meerdere kweekzakjes voor grotere planten.

Swirskii-breeding-system: dit systeem bestaat ook uit kweekzakjes maar deze keer met Amblyseius Swirskii roofmijten. Typisch voor deze bestrijding is dat de temperatuur continue rond de 25°C moet bedragen en een hoge luchtvochtigheid vereist is om een goed bestrijdingseffect te verkrijgen.

Amblyseuis-breeding-system daarentegen bevat roofmijten die bij lagere temperaturen en wisselende luchtvochtigheid kunnen functioneren.

Stenema: dit product bevat aaltjes Steinernema feltiae die de poppen van tripsen kunnen bestrijden in de potgrond. Het product moet dus aangegoten worden op de potgrond. Vervolgens gaan de aaltjes zelf actief op zoek naar de poppen van trips om deze te parasiteren.

Stenema is trouwens het beste product om de larven van varenrouwmuggen te bestrijden, een andere plaag bij kamerplanten die zeer vervelend is. Wordt verderop besproken.

Hypoaspis: dit systeem bestaat uit een strooikoker met roofmijten Stratiolaelaps scimitus. De inhoud van de strooikoker wordt op de potgrond van de aangetaste planten verdeeld. De roofmijten eten de tripspoppen die zich in de grond bevinden.

Hypoaspis werkt het best als de potgrond vochtig is en veel organisch materiaal bevat. Dit laatste heb je automatisch als je zelf je potgrondmix maakt met potgrond en wormenmest.

Tripsgevoelige planten zijn o.a.:

Monstera soorten, Tradescancia soorten, Calathea’s, Anthuriums, Ficussen, rozen, gerbera.

citrus wolluis

Wolluis

Wolluizen kunnen eigenlijk op alle kamerplanten voorkomen hetzij op de bladeren, hetzij op de wortels.

De besmetting gebeurt meestal via de mens en tocht of via planten die al een verdoken aantasting hadden op het moment dat je ze kocht.

Belangrijkste soorten wolluis op kamerplanten

Citruswolluis (Planococcus citri ): ovaal van vorm, bedekt met witte wasachtige stof. In tegenstelling tot de langstaartwolluis, hebben ze maar korte staartfilamenten, vergelijkbaar met de korte wasdraden aan de zijkant van hun lichaam. Vaak loopt er een donkerder gekleurde lengtestreep over het lichaam. Als we wolluis waarnemen, zijn het de vrouwelijke exemplaren. Mannetjes zijn namelijk veel kleiner en moeilijk terug te vinden op de plant.

langstaartwolluis foto

Langstaartwolluis (Pseudococcus longispinus): deze soort is gemakkelijk te onderscheiden van de citruswolluis omdat ze een zeer lange staart heeft, wat hun naam al deed vermoeden! Hun staartfilamenten zijn twee keer zo lang als hun lichaam.

De vrouwtjes kunnen zich ongeslachtelijk voortplanten en hebben in tegenstelling tot de citruswolluis geen mannetjes nodig. Ze leggen de jongen levendbarend onder hun lichaam af. Dit gebeurt trouwens ook zo met bladluizen in het groeiseizoen.

wolluis schade

Schadebeeld

Samen met de plantensappen worden door de wolluis suikers opgenomen. Uit de plantensappen halen de insecten hun eiwitten. Het teveel aan suikers wordt terug uitgescheiden en zorgt ervoor dat bladeren gaan plakken.

Op de plakkerige bladeren ontstaat een zwarte roetdauwschimmel. De wolluis - die waarneembaar is als witte pluisjes - en de plakkerige bladeren ontsieren de kamerplanten aanzienlijk. Soms ontstaat er misvorming en vergeling van het blad. Bij ernstige aantasting vallen bladeren en bloemen af.

Wolluizen kunnen ook virussen overbrengen.

Wolluis gevoelige planten zijn o.a.:

Ananas, orchideeën, cactussen, passiebloemen, bromelia’s, olijfbomen, crassula soorten, Aloë soorten, palmen en bananenplanten (Musa).

Citruswolluis veroorzaakt veel schade op potplanten zoals ficus, palmen, schefflera, croton en kalanchoë, maar ook in roos en gerbera.

Langstaartwolluis komt vooral voor op croton, orchideeën en citrusplanten.

Biologische oplossingen tegen wolluis

Chrysopa: de groene gaasvlieg is een echte alleseter en heeft zijn verdienste bewezen als wolluiseter.

Buiten staat de wollige bloedluis en de wollige beukenbladluis op het menu, binnen doet hij zich te goed aan de citruswolluis en langstaartwolluis.

Chrysopa wordt geleverd per 1000 st. Als je veel wolluis op verschillende kamerplanten hebt, is dit echt een goede oplossing. Heb je echter maar 1 aangetaste plant, kan je ze beter weggooien of manueel afvangen. Veel chrysopa's uitzetten bij weinig wolluis geeft geen goed bestrijdingsresultaat omdat chrysopalarven veel voedsel nodig hebben en bij gebrek aan voedsel elkaar opeten.

Een behandeling met Chrysopa wordt best na een maand herhaald. Wolluis verschuilt zich in alle mogelijke hoekjes van de plant en kan van daaruit weer nieuwe haarden opbouwen.

Bladluizen

Of je al dan niet bladluis krijgt op je kamerplanten kan samen hangen met de meststofgift en watergift.

Natuurlijk kan ook via kleding en huisdieren bladluis worden binnengebracht. Planten met dunne blaadjes zijn uiteraard gevoeliger voor bladluizen dan dikke, vlezige bladeren.

Er zijn zeer veel verschillende soorten bladluizen die kamerplanten kunnen belagen. Deze allemaal beschrijven zou ons te ver leiden in dit kader.

Meer info over de soorten bladluis vind je hier.

Schadebeeld

Bladluizen zuigen plantensappen aan de jonge scheuten van de plant.

Samen met het plantensap worden suikers opgenomen. Het teveel aan suikers scheiden ze terug uit en maakt de bladeren plakkerig.

Hierop groeit nadien de zwarte roetdauwschimmels. Bladluizen kunnen door hun zuigschade misvormingen van bladeren en bloemen veroorzaken. Ze remmen ook de groei van de planten en kunnen virussen overbrengen.

adalia larven biogroei

Biologische oplossingen tegen bladluis

Adalia bipunctata: het tweestippig lieveheersbeestje is een bedreigde soort in de natuur. Je kan deze bij ons aankopen als Adalia of volwassen insecten om de strijd tegen bladluizen aan te vatten en tegelijk de natuur te steunen.

Liever larven van lieveheersbeestjes!

De Adalia larven genieten echter de voorkeur omdat larven meer bladluizen eten dan volwassen lieveheersbeestjes maar vooral ook omdat ze in de omgeving blijven waar ze worden uitgezet. De volwassen lieveheersbeestjes gaan meestal eieren afleggen en vervolgens wegvliegen.

Larven zijn beschikbaar per 50 of 100 larven, volwassen insecten zijn verkrijgbaar per 25 of 50 stuks.

Chrysopa: ‘Chrysoperla carnea’ is enkel te krijgen in larve-stadium. Volwassen insecten zijn niet ter plaatse te houden. De larven van Chrysopa eten veel en even lang als de larven van lieveheersbeestjes.

Chrysopa worden vooral uitgezet bij grote aantasting omdat ze minimum per 1000 st verkrijgbaar zijn.

Witte vlieg

Witte vlieg is niet zo snel een probleem op de meeste groene kamerplanten. Ze komt vooral voor op bloeiende kamerplanten.

schade witte vlieg

Soorten witte vlieg

Kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum): de witte vlieg zijn geen echte vliegen maar behoren bij de orde van snavelinsecten.

Het is een insect dat bedekt met een witte wasachtige laag vandaar de naam wittevlieg. De volwassen insecten zijn maar 1.5 mm groot.

Tabakswittevlieg (Bemisia tabaci): De volwassen tabakswittevlieg lijkt veel op de kaswittevlieg. Ze is iets kleiner en iets geler van kleur. Bovendien staat de stand van de vleugels anders: bij kaswittevlieg staan de vleugels horizontaal, als in een driehoekje.

Bij tabakswittevlieg staan de vleugels verticaal dus parallel langs het lichaam.

Tip: Voor een goede biologische bestrijding moet je dit onderscheid niet kennen want de nuttige insecten nemen zowel de kaswittevlieg als de tabakswittevlieg.

Schadebeeld

Witte vliegjes zuigen plantensappen en scheiden daarbij het teveel aan suiker dat ze opnemen terug uit. Hierdoor worden de planten plakkerig.

Later groeit op deze plakkerige substantie weer de zwarte roetdauwschimmel. Dit is best te vermijden want het kan moeilijk van de bladeren verwijderd worden.

Witte vlieg is met het oog zichtbaar, zelfs de eitjes die in een rondje worden afgezet, kan je met het blote oog waarnemen. De volwassen insecten vliegen op als je tegen de kamerplanten tikt en gaan nadien weer terug aan de onderkant van de bladeren zitten.

Witte vlieg gevoelige planten zijn o.a.:

Hibuscus, Fuchsia, Kerstrozen, Gerbera, Roos, Lelies en Geraniums.

witte vlieg uitleg

Biologische oplossingen tegen witte vlieg

Encarsia formosa: deze minuscule sluipwesp parasiteert de larven van de witte vlieg d.w.z. ze leggen een eitje in de larve van wittevlieg waardoor na een 10tal dagen een nieuwe sluipwesp zich ontwikkelt in de dode wittevlieglarve.

Encarsia wordt geleverd in popstadium, ze moeten gewoon in de planten worden uitgezet via bioboxen of via kaartjes waar ze vooraf op gekleefd werden.

Verkrijgbaar per 1000 of 5000 poppen, goed voor max. 30 tot 150 m2.

Eretmocerus: deze sluipwesp onderscheidt zich van Encarsia omdat de poppen niet zwart zijn maar geel.

Ze zijn enkel verkrijgbaar per 5000 st en dienen voor een grote aantasting op te ruimen.

De werking is hetzelfde als bij Encarsia.

Swirskii-breeding-system: dit product bevat roofmijten in kweekzakjes. Ze werken op dezelfde manier als de kweekzakjes tegen spint (Soni-mite) en tegen trips (Amblyseuis-breeding-system).

Gedurende 5 weken komen roofmijten vrij uit de kweek en verspreiden ze zich in de planten. Swirskii roofmijten eten de eitjes en larven van witte vlieg.

Ze kunnen preventief worden uitgezet als je elk jaar last hebt van witte vlieg of curatief in combinatie met sluipwespen om een grotere aantasting sneller in te dijken.

Gele vangplaten: zoals je kan lezen bestrijden de nuttige insecten geen volwassen wittevliegen. Om de volwassen insecten aan te pakken kan je gele vangplaten ophangen. De volwassen wittevlieg wordt hiertoe aangetrokken en jij kan ze daardoor snel waarnemen en wegvangen.

De vangplaten hebben dus een dubbele functie. De eerste functie is een signaalfunctie: je ziet op de vangplaten de eerste witte vlieg en daardoor weet je dat je sluipwespen moet uitzetten. De tweede functie is een wegvangfunctie: je hebt veel te veel witte vlieg en moet eerst met de vangplaten een groot deel wegvangen vooraleer je nuttige insecten kan uitzetten. De regel bij biologisch bestrijden is begin nuttige insecten uit bij een beginnende aantasting.

Vanaf het moment dat de sluipwespen zijn uitgehangen, moet je de gele vangplaten terug verwijderen of hoog boven de koppen van de planten hangen. Anders zullen er ook sluipwespen tegen de strips vliegen.

Behalve vangplaten kan je ook kiezen voor een Roller-trap: dit is een brede gele klevende band die in een strook kan opgehangen worden. Dit is niet interessant in een woonkamer maar wel in een kweekkas.

Preventieve en curatieve tips bij bestrijding van schadelijke insecten

  • Vermijd tocht! Op tochtplekken komt spint en trips het snelst voor.
  • Zet schaduwplanten niet in de volle zon: dit zorgt voor meer spint en trips.
  • Let op met bloemenboeketten: bloemen zijn zeer gevoelig aan trips en zo kan je een trips- aantasting binnen brengen in huis.
  • Geef enkel stikstofmeststof indien noodzakelijk en gebruik bij voorkeur onze plantaardige Vega N6. Teveel meststof leidt tot zwakkere planten.
  • Verpot jaarlijks of tweejaarlijks je kamerplanten, afhankelijk van hun groei. Als de pot vol wortels steekt, moet deze verplant worden. Maak zelf een potgrondmix van 3 delen potgrond, 1 deel wormenmest en een handvol lavameel.
  • Zorg dat de planten tussen twee waterbeurten kunnen opdrogen.
  • Geen aantasting van spint, wolluis of trips zien, betekent niet dat je deze schadebrengers niet hebt. Beginnende aantasting is moeilijk op te merken. Regelmatig controleren is de boodschap. Controleer vooral ook nieuwe planten die je aankoopt.
  • Knip in geval van aantasting, de meest aangetaste bladeren eerst weg vooraleer insecten uit te zetten.
  • Nuttige insecten zullen de schadelijke insecten bestrijden maar aangerichte bladschade blijft zichtbaar.
  • Met een sterk vergrootglas zie je de lege vervellingshuidjes van de dode insecten die achter blijven aan de onderkant van de bladeren. Zo kan je controleren hoever de bestrijding gevorderd is.
  • Schadelijke insecten kunnen zich verspreiden naar andere kamerplanten. Is er nog maar één plant aangetast, zet deze afzonderlijk.
  • Behandel ook de planten die 2 meter in de omtrek staan van de aangetaste kamerplanten.
  • Aangetaste kamerplanten kan je buiten zetten. De schadebrengers gaat dan minder explosief ontwikkelen waardoor het lijkt dat je probleem is opgelost. Dit is echter niet zo. Zo vlug je de kamerplant terug binnen zet, gaat de ontwikkeling weer volop verder.
  • HET BUITENBEENTJE: VARENROUWMUGGEN

    plant varenrouwmug

    Varenrouwmuggen (Sciaridae): ook wel rouwvliegen, rouwmugjes of potgrondvliegjes genoemd zijn, zeer vervelende kleine zwarte insecten die opvliegen uit je potgrond als je de potplanten water geeft.

    Ze lijken op fruitvliegjes maar zijn nog iets kleiner.

    Ze leven in de potgrond en niet op de bladeren van de kamerplanten zelf, vandaar dat ze een buitenbeentje zijn!

    Als ze met velen zijn, kunnen ze wel in de woonkamer gaan rondvliegen. Vervelend dus!

    Bovendien leggen de varenrouwmuggen eitjes in de potgrond van de kamerplanten. De eitjes ontwikkelen zich tot witte doorschijnende larfjes die zich naast organisch materiaal in de potgrond, ook voeden met de wortels van de planten. Planten kunnen daarvan afsterven, vooral als je zelf kamerplanten stekt kan dit tot grote uitval van stekken en jonge plantjes leiden.

    Biologische oplossingen tegen varenrouwmuggen

    Stenema: dit product bestaat uit aaltjes ‘Steinernema feltiae’ die de larven van de varenrouwmuggen parasiteren. Ze gaan binnen dringen in de larven en daar bacteriën uitscheiden die dodelijk zijn voor de larven. Op die manier doorbreek je de cyclus en kan je het probleem oplossen.

    Bij een grote aantasting neemt dit proces een drietal weken in beslag. Indien het dan niet volledig is opgelost moet je nogmaals de behandeling herhalen.

    Indien je zelf stekt of planten vermeerdert, behandel de potgrond dan preventief. Zo vermijd je uitval.

    Eénmaal de vliegjes aanwezig zijn en volop eitjes hebben afgelegd, zijn vele stekken ten dode opgeschreven. Ze hebben immers nog te weinig wortels om de aanval van de larven te weerstaan.

    Tip: Varenrouwmug komen vooral voor in vochtige en warme omgevingen. Daarom wordt er steeds geadviseerd om de potgrond te laten uitdrogen als je last hebt van rouwmuggen. Bij gebruik van aaltjes, moet de potgrond echter vochtig zijn.

    In droge grond gaan aaltjes afsterven. Giet dus op voorhand de kamerplanten verschillende keren goed nat vooraleer Stenema te gebruiken. Bovendien mag de aaltjesoplossing niet uit de pot lopen bij toepassing.

    Aaltjes kunnen zichzelf niet terug verplaatsen naar de potgrond en zullen dan afsterven door de UV straling van het licht.

    Hypoaspis: bevat bodemroofmijten ‘Stratiolaelaps scimitus’ die de eitjes, larven en poppen van de varenrouwmug bestrijden, evenals de tripspoppen.

    Ze worden vaak in combinatie met Stenema gebruikt als de aantasting van rouwmuggen groot is. Er wordt dan met twee middelen tegelijk bestreden.

    Hypoaspis werkt ook het best in vochtige grond en heeft een minimum temperatuur van 15°C nodig.

    Gele vangplaten: helpen om volwassen varenrouwmuggen snel weg te vangen. Ze kunnen gecombineerd gebruikt worden met Stenema en Hypoaspis.