Het verschil tussen soorten meststoffen?

Het bouwen aan een gezonde bodem is de sleutel voor succesvol biologisch tuinieren! Vandaar het belang om de verschillende soorten meststoffen even met elkaar te vergelijken.

Laten we even dieper ingaan op de verschillen tussen organische mest, kunstmest en plantaardige mest.

Kunstmestkorrels versus organisch mest

Chemische kunstmest

Chemische kunstmeststoffen bevatten teveel meststofwaarde van één bepaalde soort die de planten niet nodig hebben, die de planten ook niet kunnen opnemen en die uiteindelijk voor een groot deel uitspoelen en in ons drinkwater terecht komen.

Met kunstmeststoffen krijg je even een topgroei. Ze kunnen een slechte tuin of gazon er veel sneller mooi uit laten zien maar het is van korte duur. Want de wortels zijn niet in staat al die meststof op te nemen.

Bovendien krijg je zwakke planten of graszoden door de snelle groei waardoor weer andere problemen ontstaan. Door de hoge concentratie van kunstmest kunnen de wortels "verbranden" en geven ze op termijn een toxische concentratie van zouten in de bodem.

Kunstmeststof draagt 0% bij tot de verbetering van de bodem. Doordat kunstmeststoffen bestaan uit hoge concentraties minerale zouten, zijn ze in staat veel van de bodemorganismen die verantwoordelijk zijn voor afbraak en bodemvorming te doden. Daardoor verliest de bodem geleidelijk zijn organische stof en microbiologische activiteit. Zodra dit materiaal opraakt, breekt de bodemstructuur af, wordt ze levenloos, compact en minder in staat om water en voedingsstoffen vast te houden. Het resultaat is vrij duidelijk, je zult steeds meer kunstmeststoffen moeten gebruiken om toch nog iets te kunnen oogsten of hetzelfde gazon te behouden.

Organische mest

organische dierlijke mest

Bodems met veel organisch materiaal daarentegen blijven los en luchtig, houden vocht en voedingsstoffen beter vast, bevorderen de groei van bodemorganismen, waaronder regenwormen en bevorderen een gezonde wortelontwikkeling

Met organisch mest bedoel ik dierlijk mest van kippen, konijnen, kleinvee, koeien of paarden evenals compost waar dierlijk mest in verwerkt is, tuincompost, wormencompost, stro en hooi, snoeihout. Deze materialen moeten worden afgebroken door bodemmicroben zodat hun voedingsstoffen vrijkomen en dat kost tijd. Dit biedt een langdurige voeding en een stabiele, in plaats van overmatige groei. Groenbemesting en oogstresten laten verteren op de grond behoren eveneens tot organische bemesting. Lees hierover onze blog van mei ' Recycleren via mulchen'.

Organische handelsmeststoffen

Organische meststofkorrels (handelsmeststoffen) daarentegen zijn meestal gemaakt van dierlijk slachtafval en niet te vergelijken met bovengenoemde organisch mestproducten.

Naast de vele samengestelde organische meststofkorrels die overal verkrijgbaar zijn, vallen ook de enkelvoudige meststoffen zoals beendermeel, hoornmeel en bloedmeel onder deze categorie. Deze groep heeft zeer weinig effect op de verbetering van de bodemstructuur.

Dit geldt trouwens ook voor gedroogd koemest, gedroogd kippenmest en guano. Je zou de indruk kunnen krijgen dat gedroogd koemest de ideale vervanger is van stalmest maar dat is niet waar. De miljarden micro-organismen die aanwezig zijn in vers mest zijn onvervangbaar en het zijn deze organismen die bijdragen tot een levende bodem. Gedroogd koemest kan je beschouwen als een natuurproduct waarmee je wat extra voeding geeft aan je planten. Guano daarentegen bevat hoge N-P-K waarden, veel te hoge meststofwaarden die onze planten absoluut niet nodig hebben waardoor - net als bij de chemische meststoffen - veel verloren gaat en uitspoelt. Voorstanders zullen deze meststof verdedigen omdat guano van natuurlijke oorsprong is maar ook daar is een kanttekening bij te maken want het is niet van bij ons afkomstig, dus ecologisch ook in vraag te stellen.

Organische meststofkorrels kunnen dus niet de organische mest vervangen en kunnen hoogstens gebruikt worden om in kleine hoeveelheden bij te mesten aan planten die een grotere meststofbehoefte hebben. In mijn ogen zijn er dat zeer weinig als je vertrekt van een actieve, levende bodem.

Let op: in sommige organische meststofkorrels zijn ook minerale kunststofmeststoffen verwerkt waardoor het uitgesloten is deze te gebruiken in de biologische tuin.

Producenten maken voor elke specifieke teelt een gebruiksklare meststof denk maar aan aardbeien, sierplanten, hortensia, coniferen enz. waardoor je de indruk kan krijgen dat je hiermee volledig voldoet aan de behoefte van de plant. Vergeet echter nooit dat een actief bodemleven de sleutel is voor succesvol te tuinieren en niet organische meststofkorrels.

De N, P, K's van bemestingsproducten

De drie belangrijkste voedingsstoffen waarvan is vastgesteld dat ze absoluut noodzakelijk zijn voor planten zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Deze drie zijn ook bekend als macronutriënten en zijn de bron van de drie nummers die altijd worden aangetroffen op de etiketten van meststofzakken of dozen.

Zoals ik al eerder vermeldde, heb je in principe geen extra meststofkorrels nodig maar omdat dit zoveel aangekocht wordt, vind ik het toch belangrijk om uit te leggen waar deze N-P-K waarden voor staan.

Stikstof (N)

Stikstof is verantwoordelijk voor bovengrondse vegetatieve groei van planten en voor totale grootte en groeikracht. Het is waarschijnlijk het best bekend om zijn vermogen gazons "groener" te maken. Dat komt omdat stikstof een belangrijk onderdeel is van chlorofyl, de groene stof in planten die verantwoordelijk is voor fotosynthese.

Stikstof kan aan jouw grond worden toegevoegd via o.a. bloedmeel wat van dierlijke oorsprong is. Er is momenteel geen enkelvoudige stikstofkorrelmeststof van plantaardige oorsprong verkrijgbaar. Bij teveel stikstof gaan je planten extreem snel groeien, dit resulteert in lange, spichtige, zwakke scheuten met donkergroene bladeren. Bij te weinig stikstof, maar dan moet het extreem weinig zijn, gaan je planten vertragen of stoppen met groeien, met vervolgens bladeren die geel worden en sneller vallen dan ze zouden moeten vallen.

Fosfor (P)

Fosfor bevordert een gezonde groei, sterke wortels, de zaadvorming en afrijping van vruchten en de knolvorming bij knolgewassen zoals knolselder. Natuurfosfaat en beendermeel zijn bronnen van fosfor. Een fosfortekort wordt herkend door dofgroene bladeren en paarsachtige stengels.

In België en Nederland zijn de gronden door de jarenlange overbemesting, zeer rijk aan fosfor waardoor deze meststof zelden moet worden bijgegeven. Het telen van groenbemesters zoals gele mosterd, lupine en klaver zijn zeer nuttig om de aanwezige fosfor in de grond beschikbaar te maken. De opneembaarheid van fosfor is trouwens vooral belangrijk bij jonge plantjes.

Kalium (K)

Kalium, ook bekend als potas, is essentieel voor de ontwikkeling van sterke planten en algemene plantengroei. Het helpt planten om weerstand te bieden tegen ziekten en schimmels. Kalium zorgt voor een beperkte verdamping waardoor de gevoeligheid voor vorst en droogte vermindert.

Omdat kalium een ondersteunende rol speelt, kan het moeilijk zijn om gebreken te ontdekken. Over het algemeen zullen bladeren blauwe, gele of paarse tinten met bruine vlekjes of verkleuring binnen of aan de randen vertonen. Teveel kalium kan echter ook de weerstand en algemene gezondheid van de planten ondermijnen. De belangrijkste enkelvoudige meststof van natuurlijke oorsprong die kalium bevat, is Vinasse en houtasse.

Droge versus vloeibare meststof

Handelsmeststoffen vallen in twee categorieën: droog en vloeibaar.

Droge meststof

Tot nu toe hadden we het over droge organische handelsmeststoffen en droge kunstmeststoffen. De kunstmeststoffen zijn in onze filosofie uit den boze, de organische handelsmeststoffen moeten enkel in beperkte mate als bijbemesting worden gebruikt en kunnen nuttig zijn in de overgangsperiode naar een levende bodem.

VEGA N6

Vloeibare meststoffen

De vloeibare meststoffen die we overal kunnen kopen bestaan uit stikstof, fosfor en kalium, de drie macronutriënten waar we het al uitgebreid over hadden. In sommige gevallen zijn er ook enkele sporenelementen aan toegevoegd zoals koper, zink, ijzer, mangaan of magnesium. Sporenelementen zijn ook als enkelvoudige bladmeststof verkrijgbaar. Professionele tuinders gebruiken dit, als hobbytuinder heb je dit absoluut niet nodig. Beter is dan om gebruik te maken van lavameel waardoor je ook veel sporenelementen aan de bodem toevoegt.

De stikstof in de gangbare vloeibare meststoffen is geheel of gedeeltelijk van chemische oorsprong. En dat is nu net het verschil met onze Vega N6 die louter uit stikstof bestaat (een enkelvoudige meststof dus) en bovendien volledig van plantaardige oorsprong is.

De meest gebruikelijke methode voor het toedienen van vloeibare meststoffen aan planten is via hun wortels. De vloeibare meststoffen worden gemengd met water en met de gieter aangegoten of via een spuittoestel verspoten. Een alternatieve en steeds vaker gebruikte methode is bladvoeding. Men gaat de vloeibare meststof eveneens oplossen in water en vervolgens verspuiten op de bladeren van planten.

De voordelen van bladvoeding zijn talrijk:

  • Tot vijfhonderd keer effectiever dan bodembesproeiing.
  • Voedingsstoffen worden onmiddellijk opgenomen door planten, dus je ziet snel resultaat.
  • Levert elementen, zoals ijzer, wanneer ze niet beschikbaar zijn in de grond.

Vloeibare meststoffen worden vaak gebruikt om planten te helpen tijdens kritieke periodes, zoals na het verplanten, tijdens het groeien van fruit of tijdens periodes van droogte of hoge temperaturen. Oenosan is trouwens een kalkmeststof die als bladvoeding zorgt dat de watergift met 70 % kan gereduceerd worden als je dit regelmatig geeft aan de planten. Bladvoeding kan elke maand of elke twee weken tijdens het groeiseizoen gegeven worden. De beste tijden om bladspuitmiddelen aan te brengen, zijn 's morgens vroeg en 's avonds wanneer vloeistoffen snel worden opgenomen.

Organische mest versus plantaardige vloeibare meststoffen

Wat je hierna zal lezen, zal je doen beseffen dat er een immens verschil is tussen organische mest en plantaardige vloeibare meststoffen. Maar beiden zijn gunstig voor een actief bodemleven en worden best gecombineerd gebruikt!

Wij hebben in ons gamma verschillende plantaardige bladvoedingen met name Vega N6, Microferm en Oenosan. Daarnaast kan je zelf ook plantenaftreksels en plantengieren maken. Dit zijn uiteraard ook vloeibare plantaardige meststoffen. Of compostthee zetten, hierrond werd al veel wetenschappelijk onderzoek verricht.

Eén van de oudste en meest gebruikte technieken in de biologisch teelt, is het verspuiten van plantenaftreksel of het aangieten van plantengieren. In mijn ogen het meest natuurlijke want je gebruikt de natuur voor de natuur zonder dat er inmenging is van vreemde stoffen.

Plantenaftreksels of plantengieren zijn eigenlijk vloeibare meststoffen van plantaardige oorsprong. Planten worden twee weken onder water gezet waardoor ze gaan gisten. Elke dag moet het mengsel worden omgeroerd en regelmatig moet een handvol lavameel worden toegevoegd om de stank te verminderen. Gezien de lange gistperiode spreken we van gier. De gier is klaar als hij niet meer schuimt. Doordat gier zeer sterk is, wordt dit verdund met water in een verhouding van 1/10 of 1/20. Als de plantendelen maar 24 u onder water worden gezet, spreken we van een plantenaftreksel. De werking is verschillend of je een aftreksel of gier gebruikt.

De meest gemaakte aftreksels en gieren zijn van brandnetel en heermoes. Het meest verkochte is zeewierextract.

Brandnetel

Brandnetelgier is namelijk een bladversterkende meststof die ijzer en stikstof bevat. De ammoniakgeur van de brandnetelgier trekt vliegende insecten zoals koolvlieg en preimot aan. Gebruik het dus niet meer vanaf mei.

Brandnetelaftreksel is een bekend middel tegen bladluizen. Het resultaat is wisselend vooral als de luizen niet goed geraakt worden. Tegen andere insecten blijkt dit aftreksel niet te werken.

Heermoes

Heermoes, ook wel paardestaart of kattestaart genoemd, wordt beschouwd als één van de hardnekkigste onkruiden die er bestaan. Wij hebben het geluk of het ongeluk – het hangt ervan af hoe je het bekijkt – om in de biogroei-tuin rijkelijk gezegend te zijn met heermoesplanten. Mocht je er dus wensen, je bent altijd welkom om ze te komen plukken!

Hermoesaftreksel is het meest bekende aftreksel dat gebruikt wordt tegen schimmelziekten. Het silicium dat in de heermoes aanwezig is, zou de celwanden van planten versterken. Het moet zeer regelmatig toegepast worden om effect te hebben. Heermoesaftreksel zou ook de weerstand van de plant tegen bladluizen en mijten vergroten. Dit is echter nooit wetenschappelijk aangetoond.

Zeewier

Zeewierextract wordt gewonnen van bruinwieren en groenwieren. Zeewierextract staat vooral bekend om zijn hoog gehalte aan spoorelementen en magnesium naast de aanwezigheid van veel kalium en een beetje stikstof.

Het wordt gebruikt als bladbemesting en werkt plantversterkend. Bij het verspuiten ontstaand een dunne filmlaag op het blad wat verdamping tegen gaat en sterkere celwanden creëert. Aangieten van zeewierextract aan de wortels versterkt de wortelgroei.

Compostextract

Hiermee worden extracten van verschillende soorten mest bedoeld, dit kan zowel van dierlijk mest als van plantaardige oorsprong zijn. Onze voorkeur gaat uit naar extract van zelfgemaakte tuincompost of wormenaarde.

Regelmatig verspuiten van compostextract blijkt een goede preventieve maatregel tegen schimmelziekten zoals aardappelplaag bij aardappel en tomaat, witziekte, grijsrot (Botrytis) bij aardbei en bonen. Compostextract kan zelf bereid worden.

Compostextract wordt bereid bij 15-25°C door de compost 1 tot maximum 2 weken in water te laten weken in een verhouding van 2 l compost op 10 l water. De oplossing nadien zeven en onverdund gebruiken als bladbemesting.

  1. Wormenmest
    Wormenmest
    > Beste bodemverbeteraar
    Vanaf 7,00 € 5,79 €
  2. Lavameel
    Lavameel
    > Lavameel, een must voor elke tuin
    Vanaf 9,50 € 7,85 €
  3. Microferm
    Microferm
    > Effectieve Micro-organismen
    Vanaf 11,00 € 9,09 €

Lees de volledige biologisch tuinieren gids

Inleiding biologische tuinieren

1) Voordelen Biologische tuinieren

2) Planning en ontwerp van de tuin

3) Ken je tuingrond

4) Maak van composteren een succesverhaal!

5) Zaden oogsten, drogen en zaaien

6) Het verschil tussen soorten meststoffen: Organische mest, kunstmest en plantaardige mest

7) Het probleem van pesticide gebruik

8) Seizoensgebonden verzorging

9) Vruchtwisseling, een must voor elke moestuin en kas

10) Oogsten en oogst bewaren