Vruchtbladroller info - Schade, waardplanten en voorkomen

Er zijn vele bladrollers actief maar de vruchtbladroller (Adoxophyes orana) is de meest schadelijke in de fruitteelt. De vruchtbladroller is een kleine nachtvlinder van 2 cm die algemeen voorkomt in België en Nederland. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn lichtbruin van kleur met twee donkere banden op de vleugels. De vruchtbladroller komt voor op allerlei bomen en struiken (o.a. liguster, sering) maar kan vooral in de fruitbomen grote schade aanrichten.

vruchtbladroller
Fig.1 - Vruchtbladroller, By picture taken by Olaf Leillinger - Own work, CC BY-SA 2.5, Link.

Schade van de vruchtbladroller

De schade aan het blad is te verwaarlozen, de motjes danken hun naam trouwens aan het feit dat ze zich met spinseldraden in een blad kunnen rollen om van daaruit te vreten aan de bladeren of vruchten.

De meeste schade wordt aangericht doordat de larven van de vruchten vreten, meestal vanuit een opgerold blad dat ze vast spinnen aan de vrucht. Deze vraatschade beperkt zich tot een oppervlakkig vreten aan de schil maar leidt tot grote verkurkte plekken bij het uitgroeien van de vrucht.

Laat in het seizoen verkurkt de vraatschade niet meer waardoor het vruchtvlees zonder schil zichtbaar blijft. Dit vormt dan een invalspoort voor schimmels en bacteriën met verrotting van de vrucht tot gevolg. Bovendien worden hierdoor wespen aangetrokken.

De rupsen kunnen tot 2 cm lang worden, de kleur van oudere rupsen varieert maar meestal zijn ze vuilgroen met een geelbruine kop. Jonge rupsen zijn lichtgeel met een donkere kop.

Waardplanten

Zowel de appel, peer, pruim als kers kunnen in de fruitteelt getroffen worden door de vruchtbladroller.

Wanneer vliegen de vruchtbladrollers?

De vruchtbladroller heeft normaal 2 generaties in ons klimaat. In warme zomers kunnen er ook 3 generaties voorkomen.

  • 1st generatie vliegt van juni (eind mei) tot half juli
  • 2de generatie vliegt van eind juli tot eind september

De tweede generatie richt minder schade aan dan de eerste generatie. Als de nazomer bovendien nat en koud is, zal de tweede generatie zonder veel schade overgaan naar het overwinteringsstadium.

De vruchtbladroller overwintert als rups, ingesponnen in de schors van de takken. Deze worden eind maart terug actief en gaan dan schade aanrichten aan de uitlopende knoppen en eerste bloesems.

Preventieve maatregelen tegen de vruchtbladroller

  1. Feromoonvallen hangen: Vanaf eind mei tot eind september moeten feromoonvallen worden uitgehangen om de volwassen nachtvlinders weg te vangen. De feromoonval wordt best 1 week voor de eerste vlucht opgehangen. Maar ook later uithangen, blijft zinvol omdat je het eerste jaar in eerste instantie zoveel mogelijk motten gaat wegvangen.
  2. Mezenkastjes hangen: mezen zijn verzot op de larven van de vruchtbladrollers en helpen zo de populatie in te dijken.
  3. Gebruik geen pyrethroïden want dit verstoort de mogelijke aanwezige biologie van dat moment. Van nature kunnen er sluipwespen (Trichogramma) actief zijn die eitjes leggen in de eieren van de bladroller waardoor deze niet meer kunnen uitkomen. Door het gebruik van pyrethroïden of chemische spuitmiddelen, worden de sluipwespen mogelijks afgedood.
Categorieën: Ziekten en Plagen