Palmmot

Biologie van de palmmot (Paysandisia Archon)

De palmmot komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. In Europa heeft de palmmot recent haar verontrustende intrede gemaakt, o.a. in Zuid-Frankrijk , Noord-Spanje en Italië, met fatale schade aan palmachtigen. Deze palmmot kan zich snel verspreiden in andere mediterrane gebieden.

Volwassen palmmotten

De volwassen motten zijn prachtig en indrukwekkend groot. Ze hebben een spanwijdte van ongeveer 10 cm; een handpalm groot. De voorvleugels zijn groenbruin en bruin gestreept. De achtervleugels zijn oranjerood met een zwarte dwarse brede band die onderbroken wordt met een 6-tal witte vlekjes. De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes en hebben een opvallende legboor. De antennen zijn club-vormig.

De eitjes zijn spoelvormig en roze-bruin. Ze zijn gemiddeld 5 mm lang en 1.5 mm breed. De larven zien eruit als roze-witte maden met een bruin hoofdschild. Naarmate ze groeien, vervaagt de roze kleur. Een volgroeide larve is gemiddeld 9 cm lang, 1.5 cm breed en het hoofdschild meet 8 mm. Voordat de larven gaan verpoppen, maken ze een spoelvormige cocon uit palmboomvezels. Deze cocons zijn gemiddeld 6 cm lang en 2 cm breed. De poppen zijn roodbruin en zijn gemiddeld 5 cm lang.

Vluchtperiode palmmot

De vluchtperiode van de palmmot is van half mei tot september, met een piek in juni en juli. In tegenstelling tot andere motten, zijn deze actief tijdens de dag.

Locatie eiafleg

De eitjes worden gelegd op de palmvezels dichtbij de palmkroon. Gemiddeld legt een vrouwtje ongeveer 140 eitjes. De larven ontluiken na 2-3 weken. Op zoek naar voedsel en dekking, boren de larven zich in de palmstam. De palmmot overwintert als larve, soms tot tweemaal toe, waardoor het larvenstadium 10,5 (eenjarige cyclus) tot 18,5 maanden (tweejarige cyclus) kan aanhouden. Ze ondergaan 9 larvenstadia.

Popstadia

Het voorpopstadium neemt ongeveer 2.5 weken in beslag. In deze fase wordt de cocon aangemaakt. Het popstadium duurt 1.5 tot 2.5 maanden, afhankelijk van de periode waarin deze gevormd worden, resp. half juli en half maart. Cocons zijn daardoor terug te vinden tussen half maart en begin september.

De totale levenscyclus van de palmmot Paysandisia archon is ca. 13 maanden bij een eenjarige cyclus en 22.5 maanden bij een tweejarige cyclus.

Schade van de palmmot

Naast de observatie van de opvallende volwassen palmmotten, is ook de vraatschade door de larven gemakkelijk te herkennen. Gewoonlijk treft men zaagmeel aan op de palmkroon of stam. Aan de bladeren is geknaagd en vertonen perforaties. Inwendig in de stam zijn er galerijen gevormd. Men kan ook een afwijkende ontwikkeling van de bladknoppen waarnemen, alsook gedraaide stammen. Aangetaste palmbomen verdrogen en verwelken snel.

Bestrijding van palmmot met aaltjes

Palma-life wordt gebruikt om twee problemen te bestrijden op de palmbomen. Enerzijds de larven van de palmmot en anderzijds de larven van de rode palmsnuitkever. Palma-Life bevat de insectparasiterende aaltjes Steinernema carpocapsae. Wanneer de nematoden op de palmkronen verspoten worden, gaan ze actief op zoek naar de larven van hun prooi. De nematoden dringen de larven door natuurlijke lichaamsopeningen binnen. Zodra de aaltjes in de larve zijn binnengedrongen komen bacteriën, die in symbiose met de aaltjes leven, vrij. Deze bacteriën produceren een toxine waarvan de gastheer sterft. Deze bacteriën zetten gastheerweefsel om in verteerbare componenten voor de aaltjes.

Toepassingsperiode

Het parasitaire aaltje Steinernema carpocapsae heeft een afdodend effect op de larven van de palmmot. Voor een doeltreffende toepassing, sproei de aaltjes direct in de palmkroon en over de palmstam.

Fig.1 - Toepassingsperiode aaltjes tegen palmmot.
(2)voor phoenix spp. (3)voor kleinere palmbomen (bv. Trachycarpus spp., Chamaerops spp., etc.)
Categorieën: Ziekten en Plagen