Wat is bestuiving?

Door van bloem tot bloem te vliegen verzamelen en eten insecten zoals hommels en bijen nectar uit de bloem, hommels gebruiken deze nectar als energiebron en bijen verzamelen dit waardoor later honing ontstaat. Tegelijkertijd wordt het stuifmeel verzamelt door te wrijven tegen de meeldraden van de bloem. Stuifmeel wordt dus actief en passief meegenomen door de insecten. Actief wordt stuifmeel meegenomen om de larven in de nest te voeden. Passief nemen ze stuifmeel mee dat blijft hangen in de vacht. Bij het volgende bloembezoek wordt het stuifmeel overgedragen naar de stempel van dezelfde of andere bloemen, dit laatste noemt men kruisbestuiving. Bestuiving is belangrijk voor de voortplanting van de planten. Stuifmeelkorrels bevatten de mannelijke zaadcellen en deze moeten terecht komen op de stempel van de stamper waar de vrouwelijke eicellen aanwezig zijn. Het vruchtbeginsel is het onderste deel van de stamper van de bloem. Bestuiving is belangrijk in de tuin omdat de meeste vruchten zich pas zullen ontwikkelen als de eicellen zijn bevrucht. In het algemeen is bevruchting noodzakelijk om de planten in de natuur te laten voortbestaan.

Tomaten, paprika’s, aardbeien, kleinfruit zoals framboos, rode bes, blauwe bes, grootfruit (fruitbomen), courgette, pompoen en meloen lenen zich uitstekend om bestoven te worden.

Bestuiving zorgt ervoor dat de vruchten beter worden gevormd, er minder misvormde vruchten ontstaan en het gewicht van de vrucht toeneemt.

Hoe later de bestuiving optreedt, hoe kleiner de vrucht zal zijn dus ook het bestuivingstijdstip is een belangrijke factor voor het vruchtgewicht en de vruchtzetting. Vandaar dat we meegeven om een gekochte hommelkast te plaatsen vanaf de eerste bloeiende bloemen worden waargenomen. Gezien niet alle vruchtbeginselen gelijktijdig rijp zijn, zal ook de regelmaat van bestuiving essentieel zijn voor de vruchtzetting en het vruchtgewicht. Onderzoek bij aardbeien toonde aan dat 16 tot 25 bezoeken nodig zijn voor een volledige vruchtzetting. Hommels en bijen kunnen perfect samen bestuiven in de tuin, net als nog vele andere nuttige insecten.

Bestuivingswijzen in de natuur

Naast hommels zijn er nog andere manieren om bestuiving tot stand te laten komen. We splitsen ze op in 3 groepen: insecten, dieren, wind en water.

Insecten

  1. Bijen: er zijn in de natuur bijenvolken maar ook solitaire bijen die aangetrokken kunnen worden door de populaire insectenhuizen. Bijen leven van nectar, stuifmeel van bloemen en van honingdauw. De honing is de overwinteringsvoeding van bijen.
  2. Hommels behoren tot de familie van de bijen maar zijn langer behaard waardoor ze beter kunnen overleven in koudere gebieden.
  3. Dag- en nachtvlinders spelen een belangrijke rol in de bestuiving in de natuur. Sommige plantensoorten bloeien 's nachts en zijn voor hun bestuiving volledig afhankelijk van nachtvlinders zoals kamperfoelie en teunisbloem.
  4. Zweefvliegen lijken op bijen maar zijn het niet. Ze leven uitsluitend op bloemen, vooral schermbloemigen en zijn zeer belangrijke bestuivers gezien de volwassen zweefvliegen uitsluitend leven van nectar en stuifmeel. Larven van sommige zweefvliegen eten dan weer bladluizen.

Dieren

Dieren zoals vogels, vleermuizen en slakken spelen in de natuur ook een rol in het bestuivingswerk.

Wind

Wint speelt een belangrijke rol bij de bestuiving van grassoorten en bomen.

Bestuivingswijzen in de tuinbouw

Hommels

Hommels worden sinds meer dan 25 jaar gekweekt om in de glastuinbouw uit te zetten en het bestuivingswerk te verrichten. Met de jaren zijn er veel verschillende soorten hommelkasten ontwikkelt, naargelang de oppervlakte die moet bestreden worden. In België en Nederland wordt altijd gekozen voor de kweek van Bombus terrestris. Voor elk werelddeel of gebied wordt de meest gangbare hommelsoort van dat land gekweekt. Hommelkasten die naar China vertrekken gaan dus een andere hommelsoort hebben dan de hommelkasten die gekweekt worden voor België.

De hommelkasten zijn gebruiksklaar en gebruiksvriendelijk. Het enigste wat men moet doen, is de hommelkasten verdeeld in de serres of tunnels plaatsen en dit op het juiste moment met name op het moment dat 10 % van de bloemen openstaan.

Bijen

Het is belangrijk dat men beschikt over gezonde bijenvolken als men ze wilt inschakelen voor de bestuiving van gewassen. Dit vraagt een jaar lang begeleiding van een bekwame imker. In het vroege voorjaar begint de koningin eieren te leggen en worden de langlevende winterbijen vervangen door korter levende zomerbijen. Wanneer de winterbijen afgeleefd zijn en de nieuwe generatie zomerbijen op zich laat wachten of te weinig in aantal tot ontwikkeling komt, dan is dit volk ongeschikt voor welk bestuivingswerk dan ook. Dit kan te wijten zijn aan een slechte najaarsverzorging van de bijenkolonie of aan bijenziekten zoals de varao-mijt. Voor dit laatste hebben we een natuurlijke bestrijder met name Hypoaspis-system.

Indien men bijen wil gebruiken voor bestuiving in tunnels of serres, moet men in de winterperiode, ruim voor het begin van de bloei, de bijenvolken in de serre plaatsen en vers stuifmeel aanbieden.

Dit kan in de vorm van bloeiende wilgentakken. De bijenvolken moeten verspreid in de serre opgesteld worden boven het gewas en liefst op een zonnige plek waar de morgenzon komt. De nest met de vliegopening naar het zuidoosten plaatsen. Een tempexplaat op de nestkast vermijdt grote temperatuurschommelingen. Het hangen van bakens in de serre of tunnels zorgt voor een betere spreiding van de bijen over het gewas. Bovendien kunnen de bijen zich hierop oriënteren.

Manuele bestuiving

Plantengroeiregulatoren

Behandeling met hormonen is ongezond en geeft vaak een lagere kwaliteit van de vruchten met name zachte, misvormde en vaak zaadloze vruchten.

Hommels kunnen de manuele bestuiving en hormonenbehandelingen in de beroepsteelt, volledig vervangen met als resultaat hogere vruchtkwaliteit, meer opbrengst en gezondere vruchten.

Andere factoren die een rol spelen bij de bestuiving

  1. Uit ervaring is gebleken dat zowel de wijze van water geven als de relatieve luchtvochtigheid het bezoek door insecten op de planten sterk kan beïnvloeden. Bij een te lage watergift worden de bloemen bijna niet bezocht door insecten. Dit zou te maken hebben met het feit dat planten die te weinig water hebben gekregen ook weinig nectar en stuifmeel aanmaken. Daarentegen is ook een te hoge luchtvochtigheid niet goed om goede stuifmeel te produceren. Een relatieve vochtigheid van 65 % zou het beste zijn voor de bestuiving. (experiment bij aardbeien)
  2. Vanwege hoge temperaturen kunnen in de zomer grote aantallen bloemen verdroogde stampers of meeldraden vertonen, daardoor vindt er geen of weinig bestuiving plaats. Anderzijds bij temperaturen < 15°C komt het stuifmeel niet altijd los en te lage temperaturen zijn daarom niet gunstig voor de bestuiving.
  3. De beschikbare hoeveelheid licht beïnvloedt niet alleen de planten, de bloei en de stuifmeelkwaliteit maar ook de bijen en de hommels. Hommels vliegen bij lagere lichtintensiteiten dan bijen.
  4. Het ontbreken van bepaalde micro-elementen in de bodem of geen juiste bemesting kan invloed hebben op de kwaliteit van het stuifmeel.
  5. Het onvoldoende doorbreken van de winterrust is vaak in de beroepstuinbouw mede oorzaak van een slechte bloemkwaliteit en een geringe vruchtzetting.
Categorieën: Hommels