Voordelen hommelkast

Kant-en-klare hommelkasten om uw fruitbomen, kleinfruit, groenten en bloemen met hommels te bestuiven.

Hommels houden er, vergeleken met bijen, een heel andere levenswijze op na: een hommelvolk overwintert bijvoorbeeld niet. In het voorjaar sticht een hommelkoningin een nieuw volk. Zij legt eitjes, waaruit na enkele dagen larven komen. In het begin staat de koningin er alleen voor: zij verzorgt het eerste broed en verzamelt stuifmeel en nectar. Na verpopping van de larven verschijnen de eerste werksters. Vanaf dit ogenblik verzamelen de werksters het voedsel en staan ze in voor de verzorging van het broed. De koningin verlaat het nest niet meer en legt zich enkel toe op het leggen van eitjes. Wanneer de kolonie ongeveer 150 tot 400 werksters telt, worden jonge koninginnen en darren geboren. Vanaf dit moment daalt de activiteit van het hommelvolk. De oude koningin stopt met het leggen van eitjes en sterft uiteindelijk. Na paring kruipen de jonge, bevruchte koninginnen in de grond om er te overwinteren.

Fig.1 - Hommel op blauwe bes.

Voordelen bij het gebruik van hommels

  1. Hommels zijn actief bij lage temperaturen.
    Hommels vliegen uit bij temperaturen vanaf ongeveer 5°C, honingbijen pas wanneer de temperatuur de 15°C overschrijdt. Hommels kunnen zichzelf namelijk opwarmen en zijn hiervoor niet afhankelijk van natuurlijk zonlicht. In de natuur kan je reeds in de maand februari hommels waarnemen.
  2. Hommels blijven actief bij lage lichtintensiteiten (bewolkt weer).
    Hommels blijven actief bij dagen met een bewolkingsoverdekking tot 70%. Honingbijen oriënteren zich op de zonnestand en bij bewolkt weer staken ze hun bestuivingsactiviteit.
  3. Hommels vliegen bij winderige condities. Hommels weerstaan windsnelheden tot 70 km/h.
  4. Hommels zijn niet agressief.
    Dit maakt dat het plezierig werken is in de omgeving van hommels. Hommels zullen zich slechts in enkele uitzonderlijke gevallen beschermen en kunnen dan steken.
  5. Hommels beschikken niet over een communicatiesysteem.
    Ze kunnen geen informatie overbrengen over de locatie van andere meer attractieve bloemen. Bijen kunnen dit wel (bijendans). Hierdoor zijn hommels meer honkvast.
  6. Hommels hebben een slecht memorisatievermogen.
    Wanneer een hommelnest ’s avonds wordt verplaatst, heroriënteren zij zich wel in hun nieuwe omgeving maar het is zeker en vast beter de hommelkast op dezelfde plaats te laten staan.
  7. Hogere vruchtkwaliteit en opbrengst.
    Door hun groter en behaarde lichaam zijn hommels zeer efficiënt in het overdragen van stuifmeel. Dit is van cruciaal belang bij kruisbestuivende en triploïde rassen. Hommels kunnen meerdere bloemen tijdens één vlucht bezoeken. Hierdoor ligt de kans op kruisbestuiving gevoelig hoger.
  8. Polyvalente werksters.
    Hommels werken niet alleen prima in open lucht; ze zijn ook uitstekend geschikt voor overdekte teelten onder glas of plastic. Diffuus licht onder overdekte teelten veroorzaakt oriëntatieproblemen bij honingbijen.
Categorieën: Hommels