Soorten hommels

De meest bekende en meest voorkomende soorten zijn de aardhommelgroep waaronder zich de aardhommels, Bombus terrestris, bevinden, die we ook verkopen in de hommelkasten. Verder bestaat de aardhommelgroep uit de veldhommel (Bombus lucorum), de grote veldhommel (Bombus magnus) en de wilgenhommel (Bombus cryptarum).

Het is niet de bedoeling om hier een volledig overzicht te geven van alle hommelsoorten, dit zou ons veel te brengen. Bovendien is het niet zo eenvoudig om de hommels in de natuur van elkaar te onderscheiden. Temeer omdat de koninginnen en werkers vaak een ander kleurenpatroon vertonen dan de mannetjes van dezelfde soort. We geven hier een korte opsomming van de belangrijkste voorkomende soorten met hun kenmerken.

Aardhommel - Bombus terrestris

De aardhommel is het gemakkelijkst te herkennen aan haar witte achterlijf. Alleen de tuinhommel heeft ook een witte poep. Verder is de aardhommel zwart met een gele band achter de kop en een tweede gele band op het tweede achterlijfssegment. De aardhommel is moeilijk te onderscheiden van de 3 andere soorten die ook voorkomen in de aardhommelgroep, vooral van de veldhommel die ook frequent voorkomt.

De aardhommel vliegt van eind februari tot oktober en is daarmee de vroegste hommelsoort die uitvliegt. Ze voedt zich met nectar en stuifmeel en bezoekt daarvoor diverse plantengroepen, ze is niet erg kieskeurig om stuifmeel te zoeken. Aardhommels hebben een vrij korte tong. Bij bloemen waar het stuifmeel vrij diep in de bloemkelk zit, bijten ze aan de onderkant een gaatje zodat ze op die manier aan het stuifmeel kunnen. Nestgelegenheid wordt altijd ondergronds gezocht in verlaten muizenholen of mollenholen of in andere openingen in de grond. Een nest van een aardhommel kan tot dieper dan 1 m in de grond gaan.

Weidehommel - Bombus pratorum

De weidehommel is een kleine hommel en komt algemeen voor in Nederland als België. De hommel is ook grotendeels zwart met een oranje-rood behaard achterlijf. Ze kan zich onderscheiden door het voorkomen van een gele band op de voorkant van het borststuk en op de voorkant van het achterlijf. Nochtans kan dit ook deels of helemaal ontbreken waardoor er veel verwarring is met de grashommel. De Weidehommel vliegt vanaf eind februari tot oktober. Ze kan zowel ondergronds als bovengronds leven maar leeft toch voornamelijk bovengronds. Men treft ze vaak aan in vogelnestkastjes, stallen en verlaten muizennesten. Een kolonie kan tussen 50 à 120 individuen tellen. Deze hommelsoort heeft een korte tong waardoor ze geen stuifmeel zal halen uit lipbloemige bloemen. Verder is ze niet kieskeurig voor het vinden van stuifmeel waardoor ze op honderd soorten bloemen kan worden gevonden. Ondanks haar naam beperkt de weidehommel zich niet tot de grasvelden maar kan je ze ook aantreffen op sportvelden, tuinen en bosranden.

Tuinhommel - Bombus hortorum

De tuinhommel lijkt veel op de grote aardhommel omdat ze ook een wit achterlijfpunt heeft en een grote hommel is. Het verschil is dat de achterste gele band ook over het achterste deel van het borststuk loopt, er zijn dus 2 banden. Tuinhommels vliegen van maart tot september. Ze hebben een lange tong waardoor ze gemakkelijk lipbloemige bloemen bezoeken. Ze bouwen hun nest op of onder de grond. De nest kan uitgroeien tot 100 individuen.

Steenhommel – Bombus Lapidarius

De steenhommel is bijna even groot als de aardhommel en de tuinhommel. Ze wordt gekenmerkt door een typische kleurencombinatie: volledig zwart met vuurrood achterlijfpunt; ze zijn gemakkelijk te verwarren met andere hommelsoorten die ook zwart-rood behaard zijn waaronder de grashommel en weidehommel.

De steenhommel vliegt van half maart tot half oktober. De steenhommel leeft ondergronds of bovengronds en kan zich ook in hommelkasten of vogelkastjes vestigen. De nest bestaat gemiddeld uit 100 tot 300 individuen.

Boomhommel - Bombus hypnorum

De boomhommel wordt gekenmerkt door een oranjebruin borststuk en een zwart achterlijf met witte punt. De koninginnen kunnen vanaf eind februari uitvliegen maar de werkers vliegen pas van april tot eind augustus. De boomhommel vestigt zich boven de grond in nestkatsten, holten en vogelnestjes. Een kolonie kan 80 tot 400 werkers bevatten.

Akkerhommel : Bombus pascuorum

De akkerhommel is één van de meest voorkomende soorten in West-Europa. Het borstuk van de akkerhommel is oranjebruin en het achterlijf zwart is met een oranjebruine punt. De akkerhommel vliegt van begin april tot oktober. Ze maken hun nestgelegenheid op of in de grond, ook in vogelnestkastjes. De akkerhommel is een soort met een lange tong.

Categorieën: Hommels