Biologie van de hommel

Hommels hebben een heel andere levenswijze dan bijen. Een hommelvolk overwintert niet terwijl bijen dat wel doen. In het voorjaar sticht een hommelkoningin een nieuw volk. Vandaar dat we bij de eerste warme lentedagen dikke hommelkoninginnen zien rondvliegen op zoek naar een nestgelegenheid. Eenmaal een goed nest gevonden, legt de koningin daarin eitjes die al na enkele dagen larven worden. Op dit moment staat de koningin er nog alleen voor: ze verzorgt het eerste broed en verzamelt stuifmeel en nectar.

Na verpopping van de larven verschijnen de eerste werkers. Vanaf dit ogenblik verzamelen zij het voedsel en staan zij in voor de verzorging van het broed. De koningin verlaat het nest niet meer en concentreert zich op het leggen van eitjes. Wanneer de kolonie 150 tot 400 werksters telt, worden jonge koninginnen en darren (mannetjeshommels) geboren. Darren zorgen voor de temperatuurregeling in de nest. Wanneer de temperatuur te laag wordt, gaan de darren en de werksters warmte genereren door te trillen, en wanneer de temperatuur te hoog wordt, gaan de darren en de werksters met de vleugels wapperen ter ventilatie. De dar haalt geen stuifmeel, voert geen voedsel aan larven maar laat zich zelf voeren door de werksters. De jonge koninginnen verlaten het nest, paren nog met darren in de lucht en kruipen na paring in de grond om te overwinteren. Ondertussen sterft de kolonie langzaam uit. De oude koningin stopt met eitjes te leggen en sterft uiteindelijk. De volgende weken sterven ook de overgebleven hommels. Het volgend voorjaar zullen de koninginnen die uit hun winterslaap komen, uitvliegen en een nieuwe nestgelegenheid zoeken om een nieuwe kolonie op te richten.

Hommels leven meestal onder de grond.

Categorieën: Hommels