Verschil tussen bladluizen, wolluizen en schildluizen?

Schildluizen en wolluizen behoren tot dezelfde superfamilie der schildluizen (Coccoidea). Bladluizen daarentegen behoren tot de superfamilie der Aphidoidea.

De verschilpunten even op een rijtje

  • Bladluizen hebben een week, ovaal lichaam en zijn daardoor kwetsbaarder en gemakkelijker te bestrijden dan schildluizen en wolluizen.
  • Schildluizen en dopluizen hebben een harde schildachtige bedekking waaronder de vrouwtjes de eitjes afleggen. De vrouwelijke schildluizen zitten constant vastgehecht aan de plant en verplaatsen zich dus niet zoals de wolluis dat wel kan doen. De larven van schildluizen kunnen zich wel verplaatsen. Dat is de moment dat ze ook gemakkelijk te bestrijden zijn omdat ze op dat moment nog geen schild hebben gevormd.
  • Schildluizen komen in 8000 soorten voor met een zeer verschillend uiterlijk zowel qua vorm als qua kleur. De meest bekende zijn de komma- of ovaalachtige dekschilden van schildluizen en de ronde bolvormige dekschilden van dopluizen. Schildluizen bevinden zich op stengels, stammen en bladeren van planten. De mannelijke schildluizen zijn net als bij wolluis zeer klein en gevleugeld. Vaak vind er echter ongeslachtelijke voortplanting plaats. Schildluizen kunnen zowel binnen als buiten op planten (bv Laurier) voorkomen in België en Nederland.

  • Wolluizen: de vrouwtjes hun lichaam is vanaf het 3de larvestadium bedekt met wit wasachtig materiaal in de vorm van poeder, draden of uitsteeksels. Wolluizen kunnen zich ook in het laatste nymfestadium en het volwassen stadium voortbewegen. Een vrouwelijke wolluis ziet er een beetje uit als een pissebed maar dan wit van kleur met een wasachtige bedekking. De vrouwtjes clusteren samen in bladoksels of onder losse schorsdelen. Ze kunnen 300 tot 500 eitjes leggen in een eizak die ook met wasachtig materiaal wordt bedekt.
  • Mannelijke wolluizen zien er totaal verschillend uit en worden bijna nooit waargenomen in de planten. Ze zijn maar 1 mm groot, hebben vleugels maar geen monddelen, ze kunnen dus geen voedsel opnemen. Ze zijn er enkel voor de bevruchting van de wijfjes. De belangrijkste soort is de citruswolluis (Planococcus citri) die vooral op sierplanten voorkomt. Verder zijn er verschillende Pseudococcus-soorten. Wolluizen komen in kassen, orangeries of bureelbeplanting voor. Erg gevoelige planten zijn: cactussen, varens en palmen maar ook citrusbomen, bromelia, fuchsia’s, olijfbomen, passievrucht, bananenboom, ananas, druiven en de orchideeën niet te vergeten. In ons klimaat vinden we buiten zelden wolluisaantasting op de planten. Ze houden van vochtig en warme omgevingen. Let dus op: in beukenhagen zit geen wolluis maar de wollige beukenbladluis die anders moet bestreden worden dan de wolluis.

    Schadebeeld van wolluis is gelijklopend met bladluis: uitscheiding van honingdauw, groei van de zwarte roetdauwschimmel, vergeling en groeiremming door het zuigen van plantensappen maar bovendien ook de pluizige witte was op de bladeren en stengels wat de planten en vruchten nog meer doet vervuilen.

Categorieën: Bladluizen