Bonen

De meest voorkomende plagen op bonen zijn de zwarte bonenluis en bonenspintmijt.

De zwarte bonenluis is een bladluis die zich net zoals andere bladluizen voedt met plantensappen. Ze zit meestal met trosjes samen aan de bovenkant van de bonensteeltjes, de uitgescheiden honingdauw zorgt voor plakkerige, onbruikbare bonen. De bonenspintmijt zorgt voor gele vlekjes aan de bovenkant van het blad, vervolgens volledig vale bladeren en verdroging van de planten.

... Lees meer
7 producten
Sorteer op

Princessenbonen

Boontjes wil je liefst zelf kweken. Geplukt kan je ze niet lang bewaren, daarom zijn ze in de winkel naar mijn smaak ook niet vers genoeg. Verse, lekkere bonen zijn sappig, knapperig en zonder draad.

Bonen kweken is trouwens eenvoudig en kost weinig tijd. Ze groeien op elke grondsoort en ogen bovendien mooi als ze bloeien. Echt een aanrader om zelf te telen.

Bonen zijn echte zomergroenten omdat ze warmte nodig hebben om te groeien. Je vindt heel veel verschillende rassen, voor ieder wat wils!

Struikbonen

Het verschil tussen lage en hoge bonen

Stambonen of struikbonen

Stambomen of struikbonen zijn lage bonen, ze worden gemiddeld tot 50 cm hoog. Ze hebben geen ondersteuning nodig in de zin van stokken of klimgaas. Gezien ze laag bij de grond groeien, kunnen ze last hebben van opspattend vocht en wind. Daarom is het aangeraden om de struikbonen aan te aarden. Langs weerskanten van de rij hoog je de grond op tot tegen de plant. Dit doe je als de stambonen ongeveer 20 cm hoog zijn.

Stambonen hebben het nadeel dat je ze altijd laag bij de grond moet plukken. Ze groeien wel sneller dan stokbonen en kunnen daardoor ook vroeger geoogst worden. Je kan ongeveer een maand plukken aan stambonen. Als je geluk hebt, kennen ze zelfs nog een tweede bloei. Ze geven in het algemeen een rijke oogst.

Stokbonen

Stokbonen of klimbonen

Stokbonen, de naam zegt het al, groeien omhoog langs stokken of draden. Ze kunnen gemakkelijk 2 m hoog worden.

Stokbonen geven een grote opbrengst maar de oogst valt later dan bij struikbonen. De plant heeft in eerste instantie haar energie nodig om langs de stokken omhoog te slingeren.

Gezien de langere groeitijd van stokbonen kunnen ze minder lang in het seizoen gezaaid worden dan stambonen.

sperziebonen

Soorten bonen

Sperziebonen

Sperziebonen, ook wel princesseboontjes of slabonen genoemd worden altijd jong geplukt. Je vindt ze in verschillende rassen van zeer fijn tot een meer robuuste boon. De meest extreme princesseboon is de spekboon. Deze oude soort komt weer terug in de mode en wordt gegeten als dikke princesseboon met een witte boon in. Iets totaal anders dus dan de fijne naaldboontjes.

Boterboontjes zijn ook princesseboontjes maar geel van kleur en zachter van smaak dan de groene sperzieboontjes. Er zijn ook paarse princesseboontjes. Gekookt worden ze echter terug groen.

De meeste sperziebonen worden groen en jong gegeten. Op het einde van de oogst kunnen ze draderig worden. Deze draad verwijder je best bij het schoonmaken van de bonen.

Sperziebonen die aan de struiken blijven hangen, krijgen witte of bruine bonen in de peul. Deze kunnen verwerkt worden in soepen of warme gerechten. Of je kan de bonen drogen en als zaad bewaren voor het volgend jaar. Sperziebonen kunnen als struikboon of stokboon gekweekt worden.

Snijbonen

Snijbonen

Snijbonen zijn lange, platte bonen tot wel 25 cm lang. Ze worden groen gegeten en daarvoor in kleinere stukjes fijn gesneden. Snijbonen geven de grootste opbrengst als je ze als stokbonen kweekt maar als stamboon kan het ook. De meest voorkomende rassen zijn wel stokbonen.

Pronkbonen

Pronkbonen zijn minder bekende snijbonen. Pronkbonen moeten zeker en vast jong geplukt worden, anders worden ze snel draderig. Ze zijn vooral als stokboon verkrijgbaar. Ze kunnen beter tegen de koude dan struikbonen en kunnen daarom vroeger gezaaid worden. Pronkbonen zijn ook goed in te vriezen in tegenstelling tot de sperziebonen die na het invriezen waterig en smakeloos worden.

En bovendien, pronkbonen hebben heel mooie bloemen dus als je plaats hebt, zet ze zeker een keertje!

Het verschil tussen pronkbonen en snijbonen?

Pronkbonen hebben mooiere bloemen dan snijbonen. Anderszijds is de peul van de snijboon sappiger dan die van de pronkbonen. Het grootste voordeel van de pronkboon is dat ze vroeger dan struikbonen kunnen gezaaid worden waardoor je vroeg in het seizoen al bonen kan oogsten.

Droogbonen

Droogbonen

Droogbonen worden vooral als soepboon gekweekt of om te verwerken in curry’s. Vooraleer te oogsten, laat je de bonen helemaal droog worden aan de plant. Droogbonen zijn er in vele kleuren: witte, bruine maar ook gevlekte zoals de keivitsbonen. Droogbonen worden als stokbonen gekweekt aan stokken, draden of koorden.

Tuinbonen

Tuinbonen

Tuinbonen vormen een uitzondering bij deze familie van vlinderbloemigen. Officieel behoren ze niet tot de bonenfamilie, net als de sojaboon. Tuinbonen zijn de eerste bonen die kunnen geoogst worden. Jonge bonen hebben een zacht smaak. Oude tuinbonen krijgen een bittere, sterke smaak. Verse tuinbonen klaar maken kost veel tijd. Ze moeten eerst gepeuld worden en vervolgens na het koken nog eens ontdaan worden van het vliesje.

Welke bonen kiezen?

Welk bonenras je kiest, hangt vooral samen met je smaak en de plaats die je hebt in je tuin. Als je weinig werk wilt, zaai je best sperziebonen. Hiervoor heb je geen steun of stokken nodig.

Verder is er een verschil in lengte en dikte van sperziebonen. Ook hier primeert de persoonlijke voorkeur. Let vooral op dat je geen bonenzaad koopt waarbij de bonen snel draden maken. Dit is echt niet lekker en extra werk om ze te verwijderen bij het schoonmaken. Ben je voorstander van oude bonenrassen, let dan extra goed op dat ze draadloos opgroeien.

mulchen

Hebben bonen mest nodig?

Als je het mij vraagt, zeg ik volmondig nee! Mest in de zin van vers koe- of paardenmest is niet aan te raden, ook geen korrelmest. Bonen groeien erg goed op goed doorlaatbare en humusrijke grond. Op zware kleigrond is het moeilijker om bonen te kweken dan op lichte zandgrond. Zeker in natte voorjaren is kleigrond lastig omdat bonen niet voortdurend in natte grond mogen staan.

Mulchen met wormenaarde of zelfgemaakte compost kan wel en verhoogd op termijn het humusgehalte maar is zeker niet nodig als je al veel humus in je grond hebt opgebouwd.

Mulchen met gras is wel belangrijk. Dit geldt trouwens voor de hele moestuin. Met mulchen voorzie je het bodemleven van voedsel. Bodemorganismen zetten het gras om tot voedingsstoffen voor de planten maar zorgen er tevens voor dat opgeslagen voedingsstoffen uit de grond mondjesmaat vrijkomen. Na het aanaarden kan je het beste mulchen.

Bonen gaan net als erwten stikstof uit de lucht binden en deze opslaan in hun wortels. Wat mooi is meegenomen voor de bonen zelf maar ook voor de groenten die nadien op die plek worden geteeld.

Wanneer bonen zaaien?

Het zaaimoment verschilt lichtjes naargelang de plaats waar je zaait en de bonensoort. In pot en in de kas kan je vanaf half april beginnen zaaien, in volle grond vanaf begin-half mei. Struikbonen kunnen tot half juli in volle grond gezaaid worden terwijl stokbonen maar tot eind juni kunnen gezaaid worden. Stokbonen hebben namelijk een langere groeiperiode nodig dan struikbonen. Droogbonen moeten gezaaid worden tussen half mei en begin juni, hiervoor heb je maar enkele weken tijd!

Traditioneel zeggen we dat je pas buiten bonen mag zaaien vanaf half mei (na de ijsheiligen) Maar de opwarming van de aarde zorgt ervoor dat er niet vaak nog ijsheiligen zijn dus ik begin meestal begin mei. Zeker als het een warm voorjaar is en de grond al goed is opgewarmd.

Zaai niet in te natte grond want dan rotten de bonen gemakkelijk vooraleer ze kiemen. Die kans bestaat ook als je bonen in volle grond zaait en er veel regen op volgt. In dat geval kan je de grond afdekken met klimaatdoek. Zo creëer je een microklimaat. De grond geraakt sneller opgewarmd en je houdt de regen deels tegen. Tegelijkertijd bescherm je de bonen tegen vogelvaat.

Waarom kiemen bonen niet? Bonen kiemen in principe al na een week. Heb je na twee weken dus nog geen opkomende plantjes, zijn de bonen waarschijnlijk gerot in de grond of potgrond.

Om een heel seizoen struikbonen te oogsten, zaai je om de drie weken. Je kan ook kiezen om te beginnen met pronkbonen en vervolgens struikbonen en snijbonen te zaaien.

Bonen voorkiemen

Voorkiemen betekent dat je de droge bonenzaadjes laat kiemen vooraleer je ze in de grond of potgrond steekt. Dit kan op verschillende manieren bijvoorbeeld door de bonen de avond voordien in lauwwarm water of slaolie te laten weken of enkele weken voordien de bonen op vochtig keukenpapier te leggen in een bakje dat je losjes afdekt zodat het keukenpapier niet snel uitdroogt.

Ik persoonlijk kiem geen bonenzaad voor. Naar mijn gevoel is het belangrijker om de juiste moment te kiezen om te zaaien. Als de grond vochtig is en er volgt een warme week, is het ideaal om bonen te zaaien en kiemen ze binnen de week.

Wanneer bonen voorzaaien?

Stambonen kan je in de kas of binnenshuis voorzaaien in lage bakken vanaf half april. Deze vul je met potgrond of zelfgemaakt potgrond gemengd met rijnzand (of metselzand). Leg 4 tot 5 boontjes samen in een groep met een tussenruimte van 7 cm. Begiet de gezaaide bonen éénmaal en laat ze dan kiemen. Enkel als het erg warm is, moet je nog een tweede keer gieten. Zo vlug de bonen opkomen, is het risico van rotten geweken en mag je meer water geven.

Stokbonen kan je ook voorzaaien in potjes per 5 of 7 bonen vanaf half april.

Wanneer voorgezaaide bonen planten?

Als de bonenplantjes voldoende groot zijn, kunnen ze vanaf begin-half mei buiten geplant worden. Snij de bonengroepjes voorzichtig van elkaar en plant ze vervolgens als groepjes in de volle grond.

Bonen zaaien in de kas

Je kan de oogst van stambonen vervroegen door ze in de kas te zaaien vanaf april. Ik heb echter al vaak gemerkt dat dit weinig verschil geeft met zaaien in volle grond, zeker als het voorjaar warm is en je eind april al kan zaaien. De later gezaaide bonenplantjes halen de vroeg gezaaide gewoon in qua groei.

Voor een najaarsteelt is de kas wel interessant, zeker als het een natte zomer is. Tot begin augustus kan je struikbonen zaaien in de kas, die je kan oogsten tot november.

Bij kasteelt moet je de bonen regelmatig gieten. Doe dit ’s morgens zodat de bonen in de loop van de dag kunnen opdrogen om schimmels te vermijden. In de kas zijn bonen gevoeliger voor spint dan bij buitenteelt.

Stokbonen kan je ook in de kas telen maar gezien ze erg groot worden, nemen ze veel plaats in. Heb je maar een kleine kas, dan zou ik die ruimte voor andere Zuiderse groenten houden en de bonen buiten kweken.

Bonen zaaien

Bonen zaaien in volle grond

Zaaien in de volle grond is de meest eenvoudige manier van bonen telen.

Zaaien van stambonen: je kan in volle grond de bonenzaden dicht langs elkaar zaaien of er voor kiezen om zoals bij het voorzaaien, verschillende bonen bij elkaar te leggen met een kleine afstand tussen de hoopjes. Als je voorzaait en uitplant, kom je bij de tweede methode terecht.

Ik zelf verkies om de bonen rechtstreeks in een rij te zaaien, zo dicht bij elkaar dat de bonen op veel plaatsen elkaar raken. Hierdoor krijg ik bij het kiemen een volle rij bonen zonder dat ze te dicht op elkaar staan.

Bonen gaten

Zaaien van stokbonen (sperzie en snijbonen): ik leg 5 tot 6 zaden cirkelvormig rond de stok op een afstand van 8 tot 10 cm van de stok.

Zaaien van pronkbonen: maximum 5 zaden per stok omdat pronkbonen fors uitgroeien.

Voor het zaaien moeten de stokken in de grond worden gestoken. Kies voor stokken van 2.5 tot 3 m hoog en plaats deze schuin tegenover elkaar, de stokken staan op een afstand van 60-70 cm en in de rij op 50 cm van elkaar. Net boven de elkaar kruisende stokken wordt een stok dwars gelegd om vervolgens de kruispunten met elkaar vast te binden. Als stok kan je kiezen voor dikke bamboestokken.

wigwam bonen plaatsen

Door de grote afstand tussen de rijen, is er plaats om tussen de rijen lage bladgroenten te laten groeien zoals sla of rucola. Bovendien staan ze op die manier in de zomer mooi beschut tegen te felle zon.

Je kan ook kiezen voor een centrale paal waarop een fietswiel wordt gemonteerd. Aan het fietswiel worden een 12tal koorden bevestigd die op de grond worden vastgemaakt aan houten paaltjes. Of je gebruikt ijzeren haken om de koorden in de grond te bevestigen. Rond de koord, 10 cm van het middelpunt, zaai je dan7 bonenzaden. Deze methode zorgt voor een goede opbrengst en kan op een relatief kleine plaats gerealiseerd worden.

Deze techniek kan je ook toepassen met lange stokken die je als een soort wigwam verwerkt.

Bonen zaaien in pot

Je kiest hiervoor een vierkante of langwerpige bak die voldoende diep is, 40 cm is een goede diepte. Net als bij het voorzaaien, leg je de bonen in groepjes van 4 à 5 bij elkaar met een tussenruimte van 7 tot 10 cm. Ze worden niet meer verplant en blijven in de bak tot na de oogst.

Hoe verzorg je een bonenplant?

Om de stambonen toch wat steun te geven (ze kunnen tot 50 cm hoog worden) is het goed om ze aan te aarden als ze 20 cm hoog zijn. Aanaarden betekent dat je langs weerskanten van de plantenrij de grond naar de plant toetrekt.

Verder hebben bonen niet veel verzorging nodig. Het enigste wat moet gebeuren, is wieden en mulchen. Als het erg warm is, moet er ook regelmatig water worden gegeven.

Bonen oogsten

Wanneer bonen oogsten?

Snijbonen, sperziebonen en pronkbonen pluk je in een jong stadium. Dan zijn de bonen het malst. Hoe ouder de bonen zijn, hoe meer draden zich kunnen vormen. Je kan zeker twee keer per week bonen oogsten. Soms krijgen bonenstruiken een tweede bloei. Laat ze dan verder groeien want je kan na verloop van een drietal weken weer opnieuw oogsten.

Als het te warm en te droog is, gaan bonen niet uitgroeien tot hun volwaardige lengte en gemakkelijk draden en bonen vormen. De bonenplanten afdekken met klimaatdoek en dagelijks water geven, helpt dit proces af te remmen.

Droogbonen laat je aan de draden hangen tot de peulen geel en dor zijn. Vervolgens haal je de planten uit de grond en bind je ze samen in bosjes om te laten drogen. Pas na droging worden de bonen uit de peulen gehaald. De geoogste bonen vries je vervolgens drie dagen in. Zo vermijd je dat de eitjes van de bonenkever kunnen uitkomen in de bonen. Vervolgens laat je de bonen nadrogen en bewaar je ze koel en droog.

bonenzaad

Bonen oogsten voor zaad

Wil je bonen oogsten om volgend jaar als zaad te gebruiken, laat je de peulen aan de plant hangen tot ze geel en dor zijn. Net als bij de droogbonen doe je de geoogste bonen in de diepvriezer voor drie dagen en droog je de bonen na om ze vervolgens droog en koel op te slaan tot volgend jaar. Dit kan voor alle bonensoorten, erwten, peulen en tuinbonen.

Om te vermijden dat er kruisbestuiving tussen verschillende bonenrassen kan optreden, moeten de soorten ver uit elkaar staan (minimaal 40 meter). Pronkbonen kruisen in principe niet met andere bonen. Alle andere soorten kunnen wel met elkaar kruisen, ook sperziebonen met stokbonen.

Zaden met een gerimpelde huid of bruine plekken gooi je weg.

Ziektes en plagen op bonen

Bonen zijn in principe vrij ziektebestendig. Vooral als bonen te lang op een perceel staan of als het erg warm of droog is, kunnen zich enkele vervelende insecten manifesteren. Anderzijds kan warm (of koud) en nat weer zorgen voor klassieke schimmels.

Zwarte bonenluis

Bladluis op bonen

De zwarte bonenluis kan de bonenplanten serieus aantasten. Tuinbonen zijn nog gevoeliger dan bonen. In eerste instantie vind je ze op de jonge scheuten, onder de bladeren en op bladstelen. De luizen breiden alsmaar verder uit en gaan zich ook nestelen aan de bovenkant van de bonen bij het steeltje. De bonen en bladeren worden plakkerig door de honingdauw waardoor het niet meer aangenaam is om te oogsten.

De zwarte bonenluis heeft veel waardplanten. Ze overwinteren op sierheesters zoals kardinaalsmuts, sneeuwbal (viburnum) en in zachte winters ook als luis op kruiden.

Bladluis op bonen bestrijden

Als je de luizen snel opmerkt, kan je ze manueel dood nijpen.

Is de aantasting al verder gevorderd, gebruik dan larven van chrysopa of larven van lieveheersbeestjes om de bladluis op te eten. Zet ruim voldoende larven uit want de bonenluis breidt snel uit. Er mogen geen mieren op de planten aanwezig zijn. Mieren beschermen de bladluizen tegen hun natuurlijke vijanden en bijten de larven dood waardoor de bestrijding mank loopt.

Als ook de bonen zijn aangetast, kan je beter de aangetaste struiken verwijderen om uitbreiding te voorkomen.

Meer weten over bladluis?

Spint op bonen

Als je bonenplanten in een kas teelt, zijn ze redelijk gevoelig aan spintmijten. Tijdens warme, droge zomers kunnen bonenplanten ook buiten aangetast worden door spint.

Spintmijten zijn millimeter klein die plantensappen zuigen uit de bladeren. Het is de bladschade die je attent kan maken op spintaantasting. Dit begint met gele stipjes op de groene bladeren, die steeds groter in aantal worden naargelang de plaag vordert. Uiteindelijk worden de bladeren vaal en geel en zie je webjes tussen de bladeren. Via de webjes verplaatsen de spintmijten zich.

Meer weten over spint?

Beginnende spintplaag
Beginnende spintaantasting
Zeer zware spintplaag
Zeer zware spintaantasting
Spintmijten op de onderkant van het blad
Spintmijten op onderkant van het blad

Spint op bonen bestrijden

Zowel in de kas als buiten kan je in de zomer spint bestrijden met roofmijten. In de kas wordt over het algemeen Phyto-mite gebruikt tegen spint op bonen, buiten gebruik je best Forni-mite.

Beide roofmijten zuigen de spintmijten leeg. In elk geval is het essentieel om te starten bij een beginnende aantasting. Wekelijks de planten controleren is daarom geen overbodige luxe.

De roofmijten kunnen gecombineerd worden met larven van chrysopa, die ook spint eten. Is je aantasting al verder gevorderd dan enkele gele puntjes op de bladeren, is het goed om Chrysopa larven en roofmijten tegelijk in te zetten.

Bij een zeer zware aantasting (zoals op de foto getoond) heeft het weinig zin om nog biologische bestrijders uit te zetten. In dat geval verwijder je best meteen alle bonenplanten en zet je preventief roofmijten uit op de andere planten in de kas om te vermijden dat achtergebleven spintmijten zich daarop gaan vestigen. Spintgevoelige planten zijn aardbeien, komkommers, aubergine, paprika, courgette en pompoenen en soms ook tomaten.

Bonenvlieg

Deze 4 mm kleine vlieg legt eitjes bij de bonen in de grond. De witte larven boren zich in de kiemende zaden. De groeipunten van de kiemplantjes worden aangetast waardoor zich geen echte blaadjes meer kunnen vormen. De bonenplantjes lijken niet te willen uitkomen of komen beschadigd uit.

Als de bonenplant haar eerste blaadjes heeft gevormd, kan ze niet meer door de bonenvlieg worden bedreigd.

De bonenvlieg kan ook andere groenten aantasten zoals spinazie, asperges, komkommer, sla, augurken, sjalot en ui.

Er zijn twee tot drie generaties per jaar. De eerste generatie eind mei, de tweede begin juli en de derde generatie vanaf half augustus.

Hoe bonenvlieg bestrijden

De bonenvlieg bestrijden is niet mogelijk. Eénmaal de aantasting wordt waargenomen, is het te laat. Je kan wel een aantal preventieve maatregelen nemen om aantasting te voorkomen.

  • Gebruik geen vers mest of korrelmeststoffen voor of bij het zaaien. Dit trekt de bonenvlieg aan.
  • Had je de vorige jaren last van bonenvlieg, dek meteen na het zaaien de grond af met insectengaas. Zo vermijd je dat de bonenvlieg eitjes kan leggen.
  • Zorg voor een goede wisselteelt. Eer mogen geen poppen meer in de grond aanwezig zijn van vorige jaren, daar waar je de grond afdekt met insectengaas.
  • Zaai voor 10 mei, zo ontloop je de eerste generatie.
  • Streepjes
  • Streepjes

De stambonenkever

De bonenkever legt zijn eitjes af bij rijpe peulen. De larven boren zich vervolgens in het zaad. Ze vormen een probleem bij de bewaring van bonen.

Om dit te vermijden wordt geoogst zaad 3 dagen in de diepvriezer gelegd op – 20°C. Zo worden alle stadia van de bonenkever gedood.

Schimmelziekten bij bonen

Grijsrot of peulrot

Ten gevolge van warme en vochtige omstandigheden kunnen bonen aan de struiken gaan rotten. De peulen krijgen een grijze schimmel. Dit is het gevolg van de schimmel botrytis die algemeen veel groenten en fruit kan aantasten bij dergelijke weersomstandigheden. Bij een ernstige aantasting gaan ook de bladeren en stengels bedekt worden met een grijze poederachtige schimmelpluis.

De aantasting ontstaat vaak via de uitgebloeide bloemblaadjes die aan de punt van de peul blijven hangen.

Grijsrot of botrytis bestrijden

  • Zorg voor een voldoende open gewas. In rijen zaaien met voldoende afstand tussen de rijen is de beste preventie om een goede luchtcirculatie tussen de bonenplanten te creëren.
  • In kassen laat je de ramen ’s zomers gewoon open staan, zowel overdag als ’s nachts.
  • Geef geen vers mest of korrelmeststoffen aan bonen. Teveel meststoffen zorgt voor veel bladgroen waardoor het gewas te dicht groeit maar verzwakt de planten ook en maakt ze gevoeliger aan schimmels.
  • Werk plantversterkend door lavameel te verstuiven of Oenosan te vernevelen over de planten. Doe dit om de 14 dagen.
  • Teel de bonen elk jaar op een andere plaats. Dit geldt trouwens voor alle groenten. Het beste is om een vruchtwisselingsschema vooraf op te stellen.

Sclerotinarot

De schimmel wordt gekenmerkt door een sneeuwwitte schimmelpluis op de stengels. In de stengels bevinden zich zwart uitziende rattenkeutels. Deze zwarte deeltjes (sclerotieën) blijven in de grond overleven en kunnen veel verschillende groenten aantasten zoals selder, andijvie, knolvenkel en sla.

De bladeren en stengels van de bonenplanten gaan afsterven.

Sclerotinarot bestrijden

Net als bij botrytis gelden vooral preventieve maatregelen. Lees hiervoor bij botrytis.

Heb je een aantasting van sclerotinarot, dan moeten de bonenplanten meteen opgeruimd worden. Doe ze in de GFT-bak, zeker niet op de composthoop.

Roest op bonen

Net als bij de andere schimmels zijn warme, vochtige omstandigheden ideaal om roestschimmel te ontwikkelen. Zowel de sperzieboon, snijboon, pronkboon als droogboon kunnen aangetast worden door roest.

De roestinfectie begint met witgele verdikte vlekken op de boven- en onderzijde van de bladeren. Het meest opvallend zijn echter de roestbruine pukkels in de zomer en de bruinzwarte wintersporen in de late zomer die vooral op de peulen opvallen.

De bruinzwarte sporen overwinteren op plantenresten in de grond en op de bonenstokken als je die gebruikt hebt. Ze zorgen het jaar nadien voor een nieuwe aantasting.

Roest op bonen bestrijden

Roest is niet te bestrijden. Het enigste wat je kan doen, is roest voorkomen. Hiervoor gelden volgende maatregelen:

  • Zorg voor een voldoende open gewas. In rijen zaaien met voldoende afstand tussen de rijen is de beste preventie om voldoende luchtcirculatie tussen de bonenplanten te creëren.
  • Geef geen vers mest of korrelmeststoffen aan bonen. Teveel meststoffen zorgt voor veel bladgroen waardoor het gewas te dicht groeit maar verzwakt de planten ook en maakt ze gevoeliger aan schimmels.
  • Werk plantversterkend door lavameel te verstuiven of door Oenosan te vernevelen om de 14 dagen.
  • Teel de bonen elk jaar op een andere plaats. Dit geldt trouwens voor alle groenten. Het beste is om een vruchtwisselingsschema vooraf op te stellen.
  • Heb je aantasting, ruim de planten op vooraleer de wintersporen zich gevormd hebben.
  • Bonen met bruine roestvlekken kan je nog eten. Je kan de roestvlekken er gewoon uitsnijden.

Vlekkenziekte

Koud en nat weer geven deze schimmel meer kans.

De schimmel veroorzaakt ingezonken bruine vlekken op de peulen, bladeren en stelen. Ook zaad kan worden aangetast en vertoont dezelfde bruine vlekken. Als je besmet zaad zaait, kunnen in het voorjaar de kiemplantjes reeds nieuwe besmetting vertonen.

De schimmel kan overwinteren op dode plantenresten. Heb je aangetaste planten, verwijder ze meteen om uitbreiding te voorkomen.