Waarom de wintervlinder zo bijzonder is!

Waarom de wintervlinder zo bijzonder is!

De wintervlinder heeft zowel een grote als kleine variant, men spreekt daarom van de grote en kleine wintervlinder. Vooral over de kleine wintervlinder is veel bekend. Deze komt ook zeer algemeen voor in België en Nederland, dit in tegenstelling tot de grote wintervlinder. De kleine wintervlinder wordt als één van de schadelijkste vlindersoorten beschouwd in de bosbouw en fruitteelt.

Bijzondere kenmerken van de wintervlinder

Eerst en vooral is dit de enigste vlinder die in de winter vliegt, vandaar ook zijn naam. De vlucht van de kleine wintervlinder vindt plaats vanaf eind oktober tot soms half januari bij een zachte winter. De grote wintervlinder start met vliegen vanaf begin oktober en blijft ook langer waarneembaar, meestal tot eind januari.

kleine wintervlinder mannetje
Fig.1 - Kleine wintervlinder mannetje. © frankenhuyzen

Het tweede bijzondere kenmerk is dat de wijfjes van de wintervlinder geen vleugels hebben, enkel vleugelstompjes maar wel lange poten waarmee ze in de bomen kunnen klimmen. Ze lijken dus helemaal niet op een vlinder! Eénmaal in de boom wachten ze daar geduldig op de mannetjes die hen komen bevruchten. Zoals elke vlinder of mot lokken ze de mannetjes met het uitscheiden van hun specifiek seks-feromoon. Het feit dat de wijfjes geen vleugels hebben, is dus geen nadeel. In de winter voeden de wintervlinders zich niet, ze leven nog op de reserve die ze als larve hebben opgebouwd. Dus het ongevleugeld wijfje zal niet verhongeren. Uit onderzoek blijkt dat de wijfjes van de kleine wintervlinder vaak hun eitjes afleggen in de bomen waar ze zijn geboren. Bovendien kunnen ze op veel soorten loof- en fruitbomen leven dus ze hebben keuze genoeg om hun eieren op af te leggen.

vrouwtje kleine wintervlinder
Fig.2 - Wijfje van de kleine wintervlinder. © frankenhuyzen

Hoe komt het dat de wintervlinder niet bevriest?

Wintervlinders maken een hoog suikergehalte aan in hun bloed waardoor ze vorsttemperaturen kunnen overleven. Dit suikergehalte vormt als het ware een soort antivries. Sommige winterbloeiers zoals het sneeuwklokje, doen dat ook.

Welke schade veroorzaakt de kleine wintervlinder?

Deze vlinder kan er voor zorgen dat in het voorjaar hele loofbomen of fruitbomen worden kaalgevreten. Ze komen op veel verschillende loofboomsoorten voor zoals zomereik, hazelaar, wilg, gewone linde, berk, Linde, meidoorn, prunus, populier, lijsterbes en Amerikaans krenteboompje.

Alle soorten fruitbomen kunnen worden getroffen maar de wintervlinder rupsen geven de voorkeur aan appel, kers en bes. Perzik wordt bijna nooit getroffen.

De jonge rupsen voeden zich met net uitgelopen knoppen en dus heel jonge blaadjes. Het is erg belangrijk dat de eieren van de kleine wintervlinder op tijd uitkomen. Als de jonge rupsen verschijnen op nog niet uitgelopen bomen, sterven ze van honger. Als alles mee zit, kunnen ze massaal verschijnen in loof- of fruitbomen en hele kruinen kaal vreten. Een grote hoeveelheid rupsen is ideaal voor verschillende zangvogels die hierop verzot zijn. De hoeveelheid rupsen dat ze kunnen verzamelen, bepaalt dan weer hoe goed of slecht het broed van de vogels overleeft. En zo wordt nogmaals bewezen dat in de natuur alles met elkaar verbonden is!

kleine wintervlinder rups
Fig.3 - Rups van de kleine wintervlinder. © frankenhuyzen

Moet we iets ondernemen tegen de kleine wintervlinder?

Indien je weinig of geen schade hebt op je loof- en fruitbomen of je vindt het helemaal niet erg, moet je zeker niets ondernemen en de natuur zijn gang laten gaan.

Heb je echter een grote populatie wintervlinders in je omgeving en worden je bomen jaar na jaar kaal gevreten, kan je wel enkele stappen ondernemen.

  1. Begin met een feromoonval te hangen vanaf eind oktober tot eind december om de mannelijke exemplaren van de kleine wintervlinder weg te vangen.
  2. Hang mezenkastjes en andere vogelkastjes zodat de vogelpopulatie in uw tuin wordt vergroot.
  3. Hang een boomlijmband rond de bomen die je wil beschermen zodat de wijfjes niet in de bomen kunnen klimmen en dus ook geen eieren kunnen afleggen.
  4. Laat kippen en eenden los lopen, ze verorberen de poppen die op de grond liggen. De poppen liggen op de grond van juni tot oktober.