Spint bestrijden

Spint bestrijden

Spint is een veelvoorkomende plaag bij kamerplanten, tropische planten, groente en fruitsoorten zoals rozen, paprika, bonen, druiven enzovoort. Ze tasten de planten aan door voedingsstoffen van de plant te onttrekken, hierdoor krijgt de plant zelf minder voeding. Spintmijt heeft een grootte tussen de 0,2 en 0,5 mm.

Wat is spint?

Spint is een veelvoorkomende plaag bij kamerplanten, tropische planten, groenten en fruitsoorten zoals rozen, paprika, bonen, druiven enzovoort. Ze tasten de planten aan door voedingsstoffen van de plant te onttrekken, hierdoor krijgt de plant zelf minder voeding. Spintmijt heeft een grootte tussen de 0,2 en 0,5 mm. Doordat de spintmijt zich meestal onderaan het blad bevindt en over het algemeen weinig beweegt, is deze moeilijk waar te nemen. Test.

Spintmijt
Fig.1 - Spintmijt

Kasspint

Een veelvoorkomende spintmijt is de kasspint of bonenspintmijt. Dit is een geel-bruine mijt van 0,5 mm groot. Ze is te herkennen aan de donkere vlekken op de flanken en het spinsel dat gevormd wordt aan de onderkant van het blad en bij zware aantasting ook tussen de bladeren onderling.

Orchideeën spintmijt

Het meest berucht zijn de orchideeënmijt en de palmmijt. Dit zijn zeer kleine (0,24 - 0,50 mm) platte, ovale mijten, die rood, geel of groen gekleurd zijn. Ze komen voor op de onder- en bovenzijde van liefst dikke of vlezige bladeren en veroorzaken er kleine zilverachtige vlekjes die later bruin verkleuren. Maar ook bananenplanten, citrusplanten, cactussen en vetplanten worden veelvuldig door spintmijten bedreigd.

Schadebeeld spint

Spint of spintmijten voeden zich door het opzuigen van het plantensap. Hierdoor verkleuren de bladeren en plantencellen geel, wat vaak bovenaan het blad waarneembaar is als gele puntjes. Zo heeft de plant minder bladgroen ter beschikking voor de groei en raakt ze fysiologisch uit evenwicht. Bij ernstige aantasting verdrogen de bladeren en vallen ze af. Ook het vormen van webben is een typisch symptoom. Op dat moment is er al een grote populatie spintmijt aanwezig. Hoge temperaturen en droge lucht doet kasspint zeer snel uitbreiden.

Schadebeeld spint
Fig.2 - Zware aantasting spint

Spint bestrijden: Chemische of biologische?

Spint bestrijden kun je zowel op een biologische als chemische manier bewerkstelligen. We sommen even de voordelen en nadelen op.

Voordelen spint biologische bestrijden

  • Roofmijten komen altijd als winnaar uit de bus bij het gebruik van de juiste hoeveelheid en juiste roofmijt. Roofmijten eten alle stadia van spintmijt dus ook de eieren.
  • Je kunt op een goedkope manier spint preventief voorkomen.
  • Het uitzetten van de roofmijten is eenvoudig, gewoon uitstrooien over de bladeren van het gewas.
  • Roofmijten hebben geen enkele negatieve invloed op je gewas.

Voordelen spint chemische bestrijden

  • Curatieve bestrijding van spint zal op korte termijn goedkoper uitkomen.
  • Je kunt het onmiddellijk gebruiken als het in je tuinhuis staat.

Nadelen spint biologische bestrijden

  • Verwacht geen resultaat na één dag. Roofmijten hebben tijd nodig om de spint populatie op te ruimen.
  • Niet alle chemische middelen zijn combineerbaar met roofmijten. Heb je al gespoten, neem dan contact met ons op om de wachttijd te kennen.
  • Je moet je een klein beetje verdiepen in welk roofmijt onder welke omstandigheid te gebruiken. Niet elk roofmijt werkt op elk moment even goed.
  • Het is meestal enkele dagen wachten voordat je roofmijten toe krijgt.

Nadelen spint chemische bestrijden

  • De planten zullen minder goed groeien vanwege de gifstoffen.
  • Groot risico op resistentie van plagen.
  • Middelen zijn ongezond voor de mens. Je moet beschermende kleding dragen bij het toedienen en uw oogst zal chemische sporen bevatten.
  • Chemische behandelingen moeten vaak herhaald worden waardoor je heel de teelttijd blijft spuiten, wat veel tijd vraagt.
  • Eenmaal gebruik gemaakt van chemische producten kun je niet onmiddellijk gebruik maken van onze biologische bestrijders. De residuetijd is afhankelijk van de actieve stof. Neem hierover contact op.

Wij zijn uiteraard grote voorstander om spint biologische te bestrijden met roofmijten. De voordelen van een andere methode wegen niet op tegen de nadelen, maar dat kun je best zelf beslissen. Biogroei verkoopt al 25 jaar roofmijten tegen spint. We hebben dus ook al veel klanten die de kracht van onze beestjes hebben ontdekt met een grote oogst tot gevolg.

De juiste roofmijt uitzetten en de correcte hoeveelheid (aantal roofmijten) is cruciaal voor een goede biologische spint bestrijding. Uiteraard is geen enkele situatie dezelfde waardoor dit wel wat ervaring vraagt. Wil je foto's doorsturen van de aantasting en oppervlakte, dan kunnen we daarin begeleiden. Liever niet? Bepaal dan zelf met onderstaande uitleg hoe groot je aantasting is en hoeveel roofmijten je moet uitzetten van een bepaalde soort.

Hoe zwaar is mijn spint aantasting?

De grootte van de aantasting en het aantal planten bepaalt voornamelijk welke roofmijt je gaat gebruiken en hoeveel roofmijten je moet uitzetten. We maken een onderscheid in drie gradaties van aantasting per plant.

  • Zware aantasting: We spreken over een zware of zeer ernstige aantasting als er webben aanwezig zijn. Spintmijten maken webben voor het beschermen van hun nakomelingen en van zichzelf. Bovendien kunnen ze zich zeer snel verplaatsen door deze webben.
  • Matige aantasting: We spreken over een matige aantasting wanneer de bladeren veel gele puntjes bevatten en er redelijk wat bladeren zijn aangetast.
  • Lichte aantasting: Je waarneemt de eerste tekenen van spint, eerste gele puntjes of slechts enkele bladeren zijn aangetast.
Fig.3 - Matige aantasting door spintmijten.


Bekijk de aantasting op je planten nauwkeurig zodat je geen spinthaarden over het hoofd ziet. Het is perfect mogelijk dat één plant een matige aantasting heeft en dat je bij de rest nog maar de eerste tekenen waarneemt. het is belangrijk om in de ruime omgeving rond de aangetaste planten roofmijten uit te zetten, ook al zie je op de planten rond de spinthaard nog geen aantasting. Het is niet omdat er geen gele puntjes waarneembaar zijn, dat er geen spintmijt aanwezig is. Als je niet rond de spinthaard ook behandeld, zet de plaag zich daar na enige tijd voort.

Houd er rekening mee dat spint zich zeer snel kan ontwikkelen bij hoge temperaturen. Geven de voorspellingen temperaturen van 30°C en meer, anticipeer dan op het feit dat je aantasting gaat groeien terwijl jij op je bestelde roofmijten wacht.

Welke roofmijt tegen spint heb ik nodig?

Omdat elke situatie anders is, bieden wij het meest uitgebreide gamma aan roofmijten aan. Hierdoor kan je de meest ideale roofmijt voor jouw situatie kiezen.

  • Phytoseiulus persimilis, onder ons merk als Phyto-mite te koop. Phytoseiulus is de enigste roofmijt die enkel en alleen spint op de menukaart heeft staan. Daardoor is deze vraatzuchtiger dan de andere roofmijten en wordt deze altijd gebruikt als er veel spint aanwezig is in het gewas. Om zich te kunnen voortplanten, heeft Phytoseiulus een luchtvochtigheid van meer dan 60% nodig. Meestal wordt deze luchtvochtigheid niet gehaald en concreet betekent dit dus dat je niet moet rekenen dat deze spintmijt zich voortplant in je gewas. Als je na een drietal weken nog veel spint hebt, moet je dus een tweede keer uitzetten. Optimaal is om deze roofmijt in combinatie met Californicus (Forni-mite) te gebruiken die beter kan tegen een lage luchtvochtigheid en hogere temperaturen. Heb je veel spint kies dan voor Phyto-mite of voor de combinatie van Phyto-mite en Forni-mite.
  • Amblyseius (= Neoseiulus) Californicus onder ons merk als Forni-mite te koop. Californicus is een roofmijt die beter kan tegen een lagere luchtvochtigheid en hogere temperaturen. Behalve spint eet deze roofmijt ook stuifmeel. Dit is een voordeel als je preventief werkt, omdat de roofmijt in kleine aantallen zal overleven op het stuifmeel indien er geen spint aanwezig is. Dit is een nadeel als je curatief werkt, want de roofmijt zal niet alleen spint eten, maar ook stuifmeel en dus minder spint verorberen op dezelfde tijd in vergelijking met Phyto-mite. Forni-mite gaat wel langer in je gewas overleven dan phyto-mite. Heb je een lichte aantasting met wisselende temperaturen en lage luchtvochtigheden? Kies dan voor Forni-mite. Heb je een matige tot zware aantasting met wisselende temperaturen en lage luchtvochtigheid, koop dan een combinatie van Phyto-mite en Forni-mite.
  • Amblyseius andersoni of Typhlodromus potentilla: deze roofmijt hebben we in twee varianten namelijk als volwassen roofmijten in strooikokers en als kweek in kweekzakjes. De roofmijt in kweekzakjes zijn te koop onder ons merk als Soni-mite, in strooikoker als Andersoni-system. Deze roofmijt is geschikt in koudere situaties zoals buiten, maar kan ook perfect hoge temperaturen verdragen. Ze werken namelijk tussen 6°C en 40°C. Deze roofmijt kan zelfs in zeer kleine aantallen buiten overleven bij afwezigheid van prooi. Andersoni voedt zich niet alleen met spint, maar ook met trips, stuifmeel, honingdauw en schimmels. Uit de kweekzakjes Soni-mite gaan 1000den roofmijten uitlopen, verspreidt over vijf tot zes weken. Soni-mite is vooral een goedkoop preventief systeem voor binnenteelt en een preventief en curatief systeem voor buitenteelt.
roofmijt phytoseiulus
Fig.3 - Roofmijt Phytoseiulus die altijd wordt gebruikt bij een matige tot zware aantasting.

Hoeveel roofmijten tegen spint uitzetten?

Als je weet door bovenstaande uitleg welke roofmijt je moet kiezen, moet je vervolgens bepalen hoeveel roofmijten je effectief moet uitzetten. De meest universele maatstaf is aan de hand van je oppervlakte en de grootte van aantasting. Houd er wel rekening mee of je veel of weinig planten per m2 hebt neergezet want dat maakt een groot verschil in de hoeveelheid bladeren die kunnen aangetast zijn door spint en dus ook de hoeveelheid roofmijten die je nodig hebt per m2. De opgegeven aantallen hier zijn gebaseerd op een gewas van 60cm hoogte en de normale plantafstand van groenten in de moestuin of kas.. Bij een gewas van 180 cm alle hoeveelheden van roofmijten verdrievoudigen en bij een zeer dichte plantafstand de roofmijten nogmaals verdubbelen of verdrievoudigen.

  • Zware aantasting (webben): Knip de ergst aangetaste bladeren uit je gewas en zet tot 150 roofmijten/m² uit.
  • Matige aantasting (veel gele puntjes): 50-100 roofmijten/m².
  • Lichte aantasting (eerste tekenen van spint of slechts enkele bladeren aangetast): 30-50 roofmijten/m².


Voorbeeld 1: Zware spint aantasting op 20 m²

Situatieschets: Er staan 100 spint gevoelige planten in een serre op 20 m² waarvan 10 planten, die gegroepeerd staan op 2 m², zwaar zijn aangetast. De overige 90 planten zijn matig tot licht aangetast. De planten staan allemaal tegen elkaar waardoor de spint en de roofmijten eenvoudig van plant naar plant kunnen lopen. De planten zijn 60 cm hoog. Temperatuur 20°C, luchtvochtigheid 40%.

Oplossing: Knip de zwaarst aangetaste bladeren weg zodat je al veel spintmijten opruimt. Zet hierna 900 - 1350 Phyto-mite roofmijten uit op de zwaar aangetaste 2 m². We bekomen dit aantal doordat het een zware aantasting is (=150 roofmijten/m²), hier bovenop een gewas van 1,8 m hoog (*3) en er staan zeer veel planten op een zeer kleine oppervlakte (*2 of *3). Dit brengt ons bij een berekening van 150 *3 *2 = 900 en 150 *3 *3 = 1350 roofmijten. Op de overige 18 m² zet je 10.800 roofmijten uit. Het is een matige aantasting (100 roofmijten/m²), planthoogte van 1,8 meter (*3) en de planten staan heel dicht op elkaar (*2). Dit brengt ons bij de berekening 100 *3 *2 *18m² = 10.800 roofmijten/18m². Ik anticipeer hier ook op de transporttijd van de roofmijten dat de "matig tot lichte aantasting" een matige aantasting wordt over de volledige oppervlakte. Na twee tot drie weken de situatie evalueren en eventueel indien nodig opnieuw uitzetten.

Opgepast: Bij het bijknippen van de planten moet je voorkomen dat je de spint verspreidt. Verbrand of voer de plantendelen af naar het containerpark.



Voorbeeld 2: Matige aantasting op 140 m²

Situatieschets: Er staan 200 planten in een grootte serre van 140 m² waarvan ze allemaal matig zijn aangetast door spint. De planten staan tegen elkaar, zijn 1m hoog en de temperatuur bedraagt 30°C in de serre. Luchtvochtigheid onbekend.

Oplossing: Door de hoge temperatuur in de kas is het aan te raden om een combinatie uit te zetten van twee roofmijten. Phyto-mite voor het verorberen van de roofmijten op korte termijn en Forni-mite voor het in stand houden van een roofmijtenpopulatie bij de hoge temperatuur en onbekende luchtvochtigheid. Bij planten met een matige aantasting en bij een hoogte van 1m raden we aan om tussen de 90 en 170 roofmijten/m² uit te zetten. We raden dan aan om 10.000 Phyto-mite roofmijten uit te zetten en 10.000 Forni-mite roofmijten bij een normale plantafstand tussen de planten. In het geval de planten heel dicht op elkaar staan, de hoeveelheid verdubbelen.



Voorbeeld 3: Matige aantasting op 5 m²

Situatieschets: Er staan 10 planten op 5 m² waarvan ze allemaal matig zijn aangetast door spint. De planten staan los van elkaar, zijn 1 meter hoog en de temperatuur is 30°C in de serre. Luchtvochtigheid onbekend.

Oplossing: Het is dezelfde situatie als in voorbeeld 2, alleen een veel kleinere oppervlakte en de planten staan veel verder uit elkaar. Bij een dergelijke aantasting moet je normaal Phyto-mite gebruiken, gecombineerd met Forni-mite (omwille van de hoge temperatuur en lage luchtvochtigheid). We kiezen in dit voorbeeld voor de kleinste hoeveelheid van Forni-mite (2000 roofmijten) en 1000 Phyto-mite. Indien je niet de beide producten wilt aankopen, zet dan enkel Forni-mite 2000 st uit. Pas wel op, de matige aantasting kan snel groter worden bij temperaturen van 30°C.



Voorbeeld 4: Lichte aantasting op 30 m²

Situatieschets: Er staan 30 planten op 30 m² waarvan ze allemaal licht zijn aangetast door spint. De planten staan los van elkaar, zijn 1,8 m hoog en de temperatuur bedraagt tussen 20°C-30°C in de kas. 40% luchtvochtigheid

Oplossing: Normaal zet je 4500 roofmijten uit op je 30m² (50roofmijten * 3 *30m²). Echter adviseren we het volgende:Hang 30 Soni-mite zakjes uit om de spintaantasting op langere termijn onder controle te houden. Aan elke plant één zakje hangen, 1 kweekzakje per m2. Gezien de Soni-mite zakjes pas na een week beginnen uit te lopen, de kweekzakjes combineren met Forni-mite 2000 st en Phyto-mite 2000 st zodat de aanwezige spint al direct wordt aangepakt. Anders is de kans groot dat de aantasting te fel is uitgebreid op het moment dat de kweekzakjes actief worden. Wil je niet de 3 producten gecombineerd gebruiken, kies dan voor Phyto-mite en Forni-mite en laat de Soni-mite wegvallen.



Voorbeeld 5: Nog geen aantasting op 30 m²

Situatieschets: Er staan 30 spint-gevoelige planten op 30 m² die momenteel nog niet zijn aangetast door spint. De planten staan los van elkaar, zijn nog klein en de temperatuur bedraagt tussen 20°C-30°C in de serre, luchtvochtigheid is onbekend.

Oplossing: Zet preventief 30 Soni-mite zakjes uit, aan elke plant een zakje. Vervang de kweekzakjes na 5 weken als je nadien ook nog bescherming wenst tegen spint.



Voorbeeld 6: Zware aantasting op 30 m² buiten

Situatieschets: Er staan 30 m² planten buiten van maximum 60 cm hoogte die zwaar zijn aangetast door spint. De planten lopen in elkaar over, de buitentemperatuur is gemiddeld 25°C, 40 % luchtvochtigheid.

Oplossing: Knip de ergst aangetaste bladeren weg en zet 150 forni-mite roofmijten/m² uit. Dit komt neer op 4500 roofmijten voor 30 m2 planten van maximum 60 cm hoogte. In geval een haag is aangetast, berekenen we de oppervlakte door de lengte van de haag te vermenigvuldigen met de hoogte en eventueel te verdubbelen als de haag erg dik is. Dus voor een dikke haag van 10 m x 2 m hoogte, komen we aan 40 m2 te behandelen oppervlakte. Ingeval van ernstige aantasting moeten we in dit geval 6000 Forni-mite roofmijten uitzetten. Ingeval van grote oppervlaktes kan je ook kiezen voor Andersoni-system. Deze roofmijt is uitermate geschikt om spint buiten te bestrijden, ze is echter enkel in een verpakking van 25.000 roofmijten verkrijgbaar.

Roofmijten uitzetten: tips

  • De roofmijten zitten in een vulstof waardoor het mogelijk is om de roofmijten uit te zetten. Zonder vulstof zouden de roofmijten allemaal aan de kant van de koker zitten en zouden ze niet kunnen uitgezet worden. Als er geen wind is en de bladeren zijn groot genoeg, de roofmijten in kleine hoopjes (vulstof en roofmijten) direct uitstrooien op de bladeren. Dan is de roofmijt sneller bij de spint en kan je de roofmijten gemakkelijk verspreiden over de planten. Is er wind en/of weinig blad, dan werk je best met koffiefilterzakjes of bioboxen om de roofmijten uit te zetten. Je hangt de koffiefilterzakjes of bioboxen verspreid over de planten en doet in elk zakje of doosje een beetje vulstof met roofmijten.
  • Zet meer roofmijten uit in de spinthaarden maar zet zeker ook roofmijten uit in de directe omgeving waar nog geen of weinig spint te zien is, zodat de spint zich niet zo makkelijk kan uitbreiden.
strooisel materiaal met roofmijten tegen spint
Fig.4 - Strooisel materiaal met roofmijten tegen spint.

Spintplaag voorkomen

Voorkomen is beter dan genezen. Houd je planten vochtig en zorg voor een algemeen hoge luchtvochtigheid, vermijd droge lucht. Controleer je planten regelmatig op bovenstaande symptomen of schadebeelden zodat je snel aantasting ontdekt en snel kunt ingrijpen. Preventief kweekzakjes uithangen is de goedkoopste, biologische manier om de spint voor te blijven.

Roofmijten tegen spint kopen

Ook interessant